SNS Bank en haar strategie

4.2 Ontwikkelingen wet- en regelgeving

De wet- en regelgeving voor zowel prudentiële regels als voor onze producten en diensten blijft zich voortdurend ontwikkelen. Ook in 2015 hadden we hiermee te maken.

Het complex van wet- en regelgeving dat van toepassing is op SNS Bank heeft drie aandachtsgebieden: klantbelang centraal, solide bank en solide sector.

Klantbelang Centraal

Op het gebied van Klantbelang Centraal is een grote hoeveelheid wet- en regelgeving in ontwikkeling. Deze wet- en regelgeving wordt veelal vanuit Europa geïnitieerd en zal de komende jaren in werking treden. De Europese richtlijnen beogen de interne markten goed te laten functioneren en zijn gericht op een hoog niveau van consumentenbescherming. Te denken valt aan regels voor:

  1. Een meer algemene en uniforme wijze van informatieverstrekking (inclusief kosten) om zo de vergelijkbaarheid van diensten en producten te verbeteren;

  2. gedragsregels en vakbekwaamheidseisen;

  3. een meer proactief handelen in de dienstverlening naar klanten;

  4. het vereenvoudigen van het wisselen van diensten en producten door klanten.

Het doel is dat het consumentenvertrouwen in de bankendienstverlening wordt hersteld. Op het terrein van gedragsregels en dienstverlening aan de klanten heeft SNS Bank daarbij al voortgang gemaakt. SNS Bank volgt de ontwikkelingen en voert voorbereidende werkzaamheden uit om de wet- en regelgeving de komende jaren in te kunnen voeren.

DGS

Het nationale Depositiegarantiestelsel (DGS) is aangepast als gevolg van de gewijzigde Europese DGS-richtlijn. Daardoor is onder meer de wijze waarop banken bijdragen aan het DGS-fonds gewijzigd. Tot op heden moesten de banken achteraf bijdragen in de betalingen aan de daarvoor in aanmerking komende rekeninghouders. Onder de gewijzigde richtlijn is er sprake van een vooraf gefinancierd depositogarantiestelsel (DGS). Banken gaan in het nieuwe DGS op kwartaalbasis premies afdragen aan een nieuw depositogarantiefonds (DGF). De doelomvang van het fonds is gelijk aan 0,8 procent van het totaal aan gegarandeerde deposito's van de banken gezamenlijk, een omvang die in 2024 moet zijn bereikt.

Solide Bank

CRD IV

Capital Requirements Directive IV (CRD IV) is een Europese richtlijn voor de implementatie van in 2011 gepubliceerde Basel III-regelgeving. De richtlijn is in 2014 geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht. CRD IV is aangevuld met de Capital Requirements Regulation (CRR). De richtlijn en verordening zien specifiek op het toezicht op het kapitaal en de liquiditeit van banken en beleggingsondernemingen. De CRD IV en CRR regelgeving hebben een significante impact op SNS Bank en samen vormen zij het prudentieel raamwerk voor SNS Bank.

Sinds 2014 is de aandacht voor niet-risicogewogen kapitaalratio’s toegenomen. Binnen CRD IV is hiervoor de leverage ratio ontwikkeld. Daarnaast heeft het Basel Comité consultaties geïnitieerd op het gebied van krediet-, markt- en operationeel risico.

Leverage ratio

De leverage ratio is gedefinieerd als Tier 1-kapitaal gedeeld door on- en off-balanceposten. Hiervoor geldt vanaf 2018 een minimum van 3 procent. Lidstaten hebben de mogelijkheid hiervan af te wijken. Voor Nederlandse banken zal mogelijk een minimum van 4 procent gelden.

Consultaties vanuit Basel op het gebied van krediet-, markt- en operationeel risico

Regelgeving vanuit het Basel Comité wordt doorgaans beschouwd als voorportaal van Europese regelgeving. In 2014 heeft het Basel Comité consultaties uitgezet die zijn gericht op de introductie van een kapitaalvloer bij interne (Internal Rating Based) kapitaalmodellen en aanscherping van de standaardbenaderingen voor berekening van krediet-, markt- en operationeel risico. Wanneer deze nieuwe regels definitief worden, zullen ze naar verwachting leiden tot een belangrijke toename van de risicogewogen activa.

IFRS

Naast regelgeving op het gebied van het bancaire toezicht hebben wij ook te maken met wijzigingen in IFRS-standaarden en -interpretaties. De belangrijkste wijziging voor de komende jaren die op ons betrekking heeft, is de vervanging van IAS 39 Financiële instrumenten door IFRS 9. Voor een nadere toelichting op relevante wijzigingen als gevolg van de invoering van IFRS 9 en andere toekomstige wijzigingen binnen IFRS met een mogelijk effect op de jaarrekening van SNS Bank wordt verwezen naar de grondslagen in de jaarrekening.

PERDARR

Het Basel Comité voor Banken Toezicht ontwikkelde PERDARR-richtlijnen (Principles for Effective Risk Data Aggregation and Risk Reporting). Deze richtlijnen zijn bedoeld om de kwaliteit van systemen waarin risicodata worden samengevoegd en van interne risicorapportages te verbeteren. Het uiteindelijke doel is versterking van het risicomanagement en de verbetering van besluitvormingsprocessen binnen banken. In het afgelopen jaar zijn de vereiste technische en organisatorische veranderingen in kaart gebracht en is gewerkt aan implementatie van de PERDARR-richtlijnen.

FATCA

De uit de Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA) voortgekomen Intergovernmental Agreement (IGA) en de op de FATCA-regelgeving gebaseerde Common Reporting Standard (CRS) zijn beide overeenkomsten voor de uitwisseling van financiële gegevens tussen landen – waaronder Nederland. Vanaf 1 januari 2016 is voor de uitvoering van deze overeenkomsten Nederlandse wetgeving van kracht. Op basis van de wetgeving zijn Nederlandse financiële instellingen verplicht hun klanten te identificeren en in voorkomend geval daarover te rapporteren. De rapportage vindt plaats aan de Nederlandse Belastingdienst.

Solide sector

BRRD

De Europese richtlijn voor herstel en afwikkeling van banken (Bank Recovery and Resolution Directive, BRRD) is per 1 januari 2015 in werking getreden. Op 26 november 2015 is de wet van kracht geworden waarmee de BRRD in Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd.

De BRRD voorziet onder meer in het opstellen van herstel- en resolutieplannen, mogelijkheden om vroegtijdig in te grijpen en het aanwenden van resolutie-instrumenten, zoals afschrijving of conversie van schuldeisers (bail-in) en overdracht van aandelen of activa en/of passiva aan een overbruggingsinstelling of een derde partij.

MREL, TLAC en bail-in

Onder de BRRD wordt een minimumvereiste ingevoerd voor een buffervermogen voor het opvangen van verliezen (Minimum Requirement of Own Funds and Eligible Liabilities, MREL) van minimaal 8 procent van het balanstotaal. In geval van een bankfalen zullen eerst houders van CRDIV/CRR kapitaalinstrumenten (b.v. aandeelhouders) worden “aangeslagen” door middel van een afschrijving of omzetting van kapitaalinstrumenten. Vervolgens kunnen afwikkelingsinstrumenten zoals bail-in worden ingezet door de resolutie autoriteit.

De Financial Stability Board heeft een eigen voorstel gelanceerd voor een zogenoemde Total Loss Absorbing Capacity-ratio (TLAC). Net als de MREL uit de BRRD is dit een bail-in instrument. De TLAC is een standaardindicator voor verliesabsorptie, die in de eerste plaats is bedoeld voor grote internationaal opererende systeembanken. Deze standaard is nog in ontwikkeling. De vereisten voor TLAC zijn niet direct van toepassing op SNS Bank, maar we volgen de ontwikkelingen op dat gebied nauwlettend.

SRM en resolutieheffing

Het implementatiebesluit van 26 november 2015 heeft de BRRD geïmplementeerd. The BRRD wordt aangevuld met de Single Resolution Mechanism Regulation (SRM) die op 19 augustus 2014 in werking is getreden. Het SRM regelt de manier waarop falende banken moeten worden afgewikkeld. Daartoe is op 1 januari 2015 een Europese Afwikkelingsautoriteit in het leven geroepen. Deze Afwikkelingsautoriteit heeft vanaf 1 januari 2016 de exclusieve bevoegdheid om over de afwikkeling van falende banken te besluiten. Daarnaast gaat vanaf diezelfde datum een Europees resolutiefonds van start. Ook SNS Bank moet financieel bijdragen aan zowel het Resolutiefonds als aan de kosten van de Afwikkelingsautoriteit.

SLUITENDOWNLOAD SELECTIE

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE (0)