Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

21 Specifieke toelichting financiële instrumenten

Reële waarde van financiële activa en passiva

2015

2014

in miljoenen euro's

Reële waarde

Balanswaarde

Reële waarde

Balanswaarde

Financiële activa

Beleggingen

- Reële waarde via de W&V: Handelsdoeleinden

668

668

817

817

- Reële waarde via de W&V: Aangewezen

--

--

--

--

- Voor verkoop beschikbaar

5.708

5.708

6.184

6.184

Derivaten

1.993

1.993

2.702

2.702

Vorderingen op klanten

51.674

49.217

54.932

52.834

Vorderingen op banken

2.081

2.081

2.604

2.604

Overige activa

278

278

284

284

Kas en kasequivalenten

2.259

2.259

1.968

1.968

Activa aangehouden voor verkoop

110

110

149

149

Totaal financiële activa

64.771

62.314

69.640

67.542

Financiële passiva

Achtergestelde schulden

492

493

41

40

Schuldbewijzen

7.241

6.941

11.672

11.252

Derivaten

2.189

2.189

3.266

3.266

Spaargelden

37.557

36.860

36.369

35.666

Overige schulden aan klanten

10.907

10.580

10.858

10.542

Schulden aan banken

1.024

1.000

2.172

2.099

Overige verplichtingen

955

955

1.971

1.971

Passiva aangehouden voor verkoop

37

37

18

18

Totaal financiële passiva

60.402

59.055

66.367

64.854

De tabel geeft inzicht in de reële waarde van de financiële activa en passiva van SNS Bank. Hierbij is voor een aantal waarderingen gebruik gemaakt van schattingen. In deze tabel zijn enkel de financiële activa en financiële passiva opgenomen. De balansposten die niet voldoen aan de definitie van een financieel actief of passief zijn niet in deze tabel opgenomen. Het totaal van de hierboven weergegeven reële waarde geeft niet de onderliggende waarde van SNS Bank weer en dient derhalve niet als zodanig te worden geïnterpreteerd.

De reële waarden vertegenwoordigen de bedragen waarvoor de financiële instrumenten op de balansdatum tussen marktpartijen hadden kunnen worden verhandeld in een ordelijke transactie. De reële waarde van financiële activa en passiva is gebaseerd op genoteerde marktprijzen, voor zover deze beschikbaar zijn. Voor het geval dat actieve marktprijzen ontbreken, zijn er diverse waarderingsmethoden gehanteerd om de reële waarde van deze instrumenten te bepalen. De parameters van deze waarderingsmethoden kunnen subjectief zijn en maken gebruik van diverse veronderstellingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de disconteringsvoet en het tijdstip en de omvang van de verwachte toekomstige kasstromen. De mate van subjectiviteit is van invloed op de reële waarde hiërarchie, welke in de paragraaf “Hiërarchie reële waardebepaling bij financiële instrumenten” wordt behandeld. Waar mogelijk en beschikbaar, maken deze modellen gebruik van informatie die waarneembaar is in de relevante markt. Veranderingen in de veronderstellingen kunnen de geschatte reële waarden significant beïnvloeden. De belangrijkste veronderstellingen zijn in de volgende paragraaf per balanspost toegelicht.
­
Voor financiële activa en passiva waarvan waardering tegen geamortiseerde kostprijs plaatsvindt, is de reële waarde getoond exclusief overlopende rente. De overlopende rente van deze instrumenten valt onder de rubriek overige activa of overige verplichtingen.

Toelichting waardering financiële activa en passiva

De volgende methoden en veronderstellingen zijn gebruikt om de reële waarde van de financiële instrumenten te bepalen.

Beleggingen
De reële waarden van aandelen zijn gebaseerd op gepubliceerde koersen van actieve markten of overige beschikbare marktinformatie. De reële waarden van rentedragende waardepapieren, voor zover geen hypothecaire leningen, zijn eveneens gebaseerd op beurskoersen of – indien er geen actieve beurskoersen zijn te verkrijgen – op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Deze contante waarden zijn gebaseerd op de relevante marktrente zoals deze van toepassing is met inachtneming van de liquiditeit, de kredietwaardigheid en de looptijd van de betreffende belegging.

Vorderingen op klanten
De reële waarde van de hypotheken wordt bepaald op basis van een contante-waarde methode. De rentecurve, die wordt gebruikt om de verwachte kasstromen van hypothecaire vorderingen contant te maken, is het gemiddelde van de laagste vijf hypotheekrentes in de markt, gecorrigeerd voor rentes die als niet representatief worden beschouwd (‘teaserrates’). Deze rente kan per deelportefeuille verschillen als gevolg van verschillen in looptijd, bevoorschottingsklasse en aflosvorm. Bij het bepalen van de verwachte kasstromen wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige vervroegde aflossingen.

De reële waarde van overige vorderingen op klanten is vastgesteld door middel van het bepalen van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Voor de contante waardeberekening is gebruik gemaakt van verschillende opslagen op de rentecurve. Hierbij is onderscheid gemaakt naar aard van de vorderingen en klantengroepen waarop de vordering betrekking heeft.

Derivaten
De reële waarden van bijna alle derivaten zijn gebaseerd op waarneembare marktinformatie, zoals marktrentes en valutakoersen. Voor een aantal instrumenten waarvoor niet alle informatie in de markt waarneembaar is, worden schattingen of aannames gebruikt binnen een netto contante waarde model of een optiewaarderingsmodel om de reële waarde te bepalen. Bij het bepalen van de reële waarde wordt rekening gehouden met het kredietrisico dat een marktpartij zou inprijzen.

Vorderingen op banken­
Door het kortlopende karakter van de leningen die onder de vorderingen op banken vallen, wordt de balanswaarde geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.
­
­Overige activa­
Door het overwegend kortlopende karakter van de overige vorderingen wordt de balanswaarde geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.
­
­Kas en kasequivalenten­
De balanswaarde van de liquide middelen wordt geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.

­Achtergestelde schulden­
De reële waarde van achtergestelde schulden is geschat op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gebruikmakend van de interestvoet plus een risico-opslag. De risico-opslag is gebaseerd op het door de markt veronderstelde kredietrisico dat houders van deze achtergestelde instrumenten hebben ten opzichte van SNS Bank of de entiteit binnen de SNS Bank groep die de contractuele verplichting heeft, gedifferentieerd naar looptijd en type instrument.

Schuldbewijzen
De reële waarde van de schuldbewijzen is geschat op basis van de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gebruik makend van de interestvoet plus een risico-opslag. De risico-opslag is gebaseerd op het door de markt veronderstelde kredietrisico dat houders van deze instrumenten hebben ten opzichte van SNS Bank.

Schulden aan klanten
Voor direct opvraagbare spaargelden en spaargelden met looptijd wijkt de reële waarde af van de nominale waarde vanwege het feit dat de rente niet dagelijks wordt aangepast en de klant de spaargelden in de praktijk voor langere tijd op de rekening laat staan. De reële waarde is berekend door de rentetypische kasstromen van deze portefeuilles contant te maken met een specifieke disconteringscurve. Voor het spaargeld gedekt door het Deposito Garantie Stelsel (DGS) is de curve gebaseerd op de gemiddelde huidige tarieven van verschillende Nederlandse aanbieders. Voor het spaargeld niet gedekt door het DGS is de Internal Funds Transfer Price-curve (IFTP) van SNS Bank gebruikt.

Schulden aan banken
De reële waarde van de schulden aan banken is geschat op basis van de contante waarde van de toekomstige geldstromen, gebruikmakend van de interestvoet plus een risico-opslag. De risico-opslag is gebaseerd op het door de markt veronderstelde kredietrisico dat houders van deze instrumenten hebben ten opzichte van SNS Bank, gedifferentieerd naar looptijd en type instrument. Voor schulden met een looptijd van maximaal een maand wordt de balanswaarde geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.

Overige verplichtingen
De balanswaarde van de overige verplichtingen wordt geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.

Hiërarchie reële waardebepaling bij financiële instrumenten

Een belangrijk deel van de financiële instrumenten wordt in de balans opgenomen tegen reële waarde. Daarnaast wordt de reële waarde van de overige financiële instrumenten toegelicht. De volgende tabel verdeelt deze instrumenten over level 1, level 2 en level 3. Er wordt geen levelindeling gegeven van de financiële activa en passiva, waarbij de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde.

Nadere toelichting van de levelindeling

Voor financiële instrumenten die tegen reële waarde op de balans staan of waarvoor de reële waarde wordt toegelicht, wordt deze reële waarde ingedeeld in een level. Dit level is afhankelijk van de parameters die gebruikt worden om de reële waarde te bepalen en geeft verder inzicht in de waardering. Hieronder worden de verschillende levels uiteengezet:

Level 1 – Reële waarde gebaseerd op gepubliceerde koersen in een actieve markt

Van alle financiële instrumenten in deze waarderingscategorie zijn gepubliceerde koersen afkomstig van een beurs, broker of prijsinstelling beschikbaar. Bovendien is bij deze financiële instrumenten sprake van een actieve markt. Hierdoor vormen de koersen een goede afspiegeling van actuele en regelmatig voorkomende markttransacties tussen onafhankelijke partijen. De beleggingen in deze categorie omvatten voornamelijk beursgenoteerde aandelen en obligaties.

Level 2 – Reële waarde gebaseerd op beschikbare marktinformatie

De categorie bevat financiële instrumenten waarvoor geen afgegeven prijzen beschikbaar zijn, maar waarvan de reële waarde is bepaald met behulp van modellen waarbij de parameters bestaan uit beschikbare marktinformatie. Het gaat bij deze instrumenten met name om onderhands afgesloten derivaten. In deze categorie vallen verder beleggingen waarvan prijzen zijn afgegeven door brokers, maar waarvan tevens is geconstateerd dat sprake is van inactieve markten. In dat geval zijn de beschikbare koersen grotendeels onderbouwd en gevalideerd met behulp van marktinformatie waaronder marktrentes en actuele risico-opslagen behorende bij de verschillende creditratings en sectorindelingen.

Level 3 – Reële waarde niet gebaseerd op beschikbare marktinformatie

De financiële instrumenten in deze categorie zijn voor een significant deel bepaald aan de hand van niet in de markt waarneembare aannames en parameters. Dit zijn bijvoorbeeld veronderstelde defaultpercentages behorend bij een bepaalde rating. De level 3-waarderingen van beleggingen (aandelen) zijn gebaseerd op quotes afkomstig uit niet-liquide markten. De derivaten in level 3 zijn verbonden aan enkele hypotheeksecuritisaties en de waardering is deels afhankelijk van de onderliggende hypotheekportefeuilles en bewegingen in risicospreads.

Hiërarchie financiële instrumenten 31 december 2015

in miljoenen euro's

Boekwaarde

Level 1

Level 2

Level 3

Totaal reële waarde

Financiële activa gewaardeerd op reële waarde

Beleggingen

- Reële waarde via W&V: Handelsdoeleinden

668

668

--

--

668

- Reële waarde via W&V: Aangewezen

--

--

--

--

--

- Voor verkoop beschikbaar

5.708

5.502

179

27

5.708

Derivaten

1.993

--

1.786

207

1.993

Vorderingen op klanten1

2.047

--

--

2.047

2.047

Activa aangehouden voor verkoop

94

3

90

1

94

Financiële activa niet gewaardeerd op reële waarde

Vorderingen op klanten1

47.170

--

--

49.627

49.627

Vorderingen op banken

2.081

--

--

--

--

Overige activa

278

--

--

--

--

Kas en kasequivalenten

2.259

--

--

--

--

Activa aangehouden voor verkoop

16

--

--

--

--

Financiële passiva gewaardeerd op reële waarde

Derivaten

2.189

--

1.842

347

2.189

Schuldbewijzen1

585

--

--

585

585

Financiële passiva niet gewaardeerd op reële waarde

Achtergestelde schulden

493

--

492

492

Schuldbewijzen1

6.356

--

--

6.656

6.656

Spaargelden

36.860

--

33.831

3.726

37.557

Overige schulden aan klanten

10.580

--

10.907

--

10.907

Schulden aan banken

1.000

--

1.024

--

1.024

Overige verplichtingen

955

--

--

--

--

Passiva aangehouden voor verkoop

37

--

--

--

--

  1. Een deel van de Vorderingen op klanten en Schuldbewijzen staat gewaardeerd op reële waarde en het resterende deel op geamortiseerde kostprijs

Hiërarchie financiële instrumenten 31 december 2014

in miljoenen euro's

Boekwaarde

Level 1

Level 2

Level 3

Totaal reële waarde

Financiële activa gewaardeerd op reële waarde

Beleggingen

- Reële waarde via W&V: Handelsdoeleinden

817

816

1

--

817

- Reële waarde via W&V: Aangewezen

--

--

--

--

--

- Voor verkoop beschikbaar

6.184

5.923

250

11

6.184

Derivaten

2.702

--

2.323

379

2.702

Vorderingen op klanten1

2.206

--

--

2.206

2.206

Activa aangehouden voor verkoop

125

1

120

4

125

Financiële activa niet gewaardeerd op reële waarde

Vorderingen op klanten1

50.628

--

--

52.726

52.726

Vorderingen op banken

2.604

--

--

--

--

Overige activa

284

--

--

--

--

Kas en kasequivalenten

1.968

--

--

--

--

Activa aangehouden voor verkoop

24

--

--

--

--

Financiële passiva gewaardeerd op reële waarde

Derivaten

3.266

--

2.589

677

3.266

Schuldbewijzen1

1.107

--

--

1.107

1.107

Financiële passiva niet gewaardeerd op reële waarde

Achtergestelde schulden

40

--

41

--

41

Schuldbewijzen1

10.145

--

--

10.565

10.565

Spaargelden

35.666

--

31.277

5.092

36.369

Overige schulden aan klanten

10.542

--

10.858

--

10.858

Schulden aan banken

2.099

--

2.172

--

2.172

Overige verplichtingen

1.971

--

--

--

--

Passiva aangehouden voor verkoop

18

--

--

--

--

  1. Een deel van de Vorderingen op klanten en Schuldbewijzen staat gewaardeerd op reële waarde en het resterende deel op geamortiseerde kostprijs

Verloop financiële instrumenten gewaardeerd op reële waarde level 3 2015

Derivaten

in miljoenen euro's

Voor verkoop beschikbaar

Vorderingen op klanten

Activa aangehouden voor verkoop

Activa

Passiva

Schuld-bewijzen

Balanswaarde begin van het boekjaar

11

2.206

4

379

677

1.107

Verschuiving naar level 3

--

--

--

--

--

--

Aankoop/verstrekkingen

6

--

Ongerealiseerde opbrengsten of verliezen verwerkt via W&V

--

1

--

-152

-307

37

Ongerealiseerde opbrengsten of verliezen verwerkt via eigen vermogen

16

--

--

--

--

--

Mutatie lopende rente

--

--

--

-20

-23

--

Verkoop/afwikkeling

-6

-159

-3

--

--

-560

Overig

--

-1

--

--

--

1

Balanswaarde eind van het boekjaar

27

2.047

1

207

347

585

Verloop financiële instrumenten gewaardeerd op reële waarde level 3 2014

Derivaten

in miljoenen euro's

Voor verkoop beschikbaar

Vorderingen op klanten

Activa aangehouden voor verkoop

Activa

Passiva

Schuld-bewijzen

Balanswaarde begin van het boekjaar

11

--

--

--

242

--

Verschuiving naar level 3

1

2.206

4

379

386

1.107

Ongerealiseerde opbrengsten of verliezen verwerkt via W&V

--

--

--

--

49

--

Verkoop/afwikkeling

-1

--

--

--

--

--

Balanswaarde eind van het boekjaar

11

2.206

4

379

677

1.107

Onderverdeling financiële instrumenten level 3

in miljoenen euro's

2015

2014

Obligaties van financiële instellingen

1

4

Aandelen

27

11

Derivaten

207

379

Vorderingen op klanten

2.047

2.206

Totaal activa

2.282

2.600

Derivaten

347

677

Schuldbewijzen

585

1.107

Totaal passiva

932

1.784

Gevoeligheid van level 3 waarderingen financiële instrumenten

Level 3-financiële instrumenten worden grotendeels gewaardeerd met een netto contante waarde methodiek waarin met behulp van marktdata verwachtingen over en projecties van toekomstige kasstromen teruggerekend worden naar een contante waarde. De modellen maken gebruik van in de markt waarneembare informatie, zoals rentecurves, of niet in de markt waarneembare informatie zoals aannames over bepaalde kredietopslagen of aannames over klantgedrag. In het geval van een level 3 instrument kan de waardering significant wijzigen als gevolg van wijzigingen in deze aannames.

Gevoeligheden niet-observeerbare parameters financiële instrumenten level 3

Waarderings-techniek

Belangrijkste aanname

Boekwaarde

Redelijkerwijs mogelijke alternatieve aannames

in miljoenen euro's

Toename in reële waarde

Afname in reële waarde

Activa

Vorderingen op klanten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve / pre-payment rate

2.047

47

45

Derivaten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve / pre-payment rate

207

14

17

Passiva

Schuldbewijzen

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

585

6

6

Derivaten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve / pre-payment rate

347

15

17

Onder de derivaten aan passivazijde van de balans zijn bepaalde contracten opgenomen waarbij met de tegenpartij vaste pre-payment rates zijn afgesproken. Deze contracten zijn niet gevoelig voor veranderingen in de pre-payment rates.

De belangrijkste niet in de markt waarneembare parameters bij de reële waarde bepaling van de level 3-instrumenten zijn de gehanteerde inschatting van vervroegde aflossingen en de verdisconteringscurve. Met betrekking tot de verdisconteringscurve zijn met name de aannames om de kredietopslag te bepalen niet in de markt waarneembaar. SNS Bank heeft de verdisconteringscurve met 50 bps naar boven of beneden aangepast en de verwachting van vervroegde aflossingen met 1 procent laten toenemen en afnemen om de gevoeligheid aan te tonen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een directe relatie is tussen de reële waardes van de vorderingen op klanten, de schuldbewijzen en een deel van de derivaten, aangezien deze posities onderdeel zijn van een securitisatiestructuur. Eventuele waardeveranderingen van de vorderingen op klanten, worden daardoor gecompenseerd door waardeveranderingen op de schuldbewijzen en derivaten. De overige level 3-derivaten hebben eveneens betrekking op securitisatietransacties. Ook hierbij geldt dat er sprake is van een relatie tussen de reële waardes. Dit is het gevolg van het feit dat de derivaten van de SPV's (front swaps) die onderdeel zijn van de securitisatieprogramma’s Hermes, Pearl en Lowland door SNS Bank met dezelfde tegenpartijen zijn tegengesloten (back swaps). Hierdoor is de waardeverandering van de front en back swaps altijd vergelijkbaar, maar tegengesteld. De level 3-derivaten die betrekking hebben op de SPV’s van de Holland Homes securitisatieprogramma’s zijn niet door SNS Bank tegengesloten.

In onderstaande tabel worden de veranderingen in reële waarde weergegeven die door kredietrisico worden veroorzaakt.

Veranderingen in reële waarde door kredietrisico

Balanswaarde

Geaccumuleerde veranderingen in reële waarde door kredietrisico

Balanswaarde

Geaccumuleerde veranderingen in reële waarde door kredietrisico

in miljoenen euro's

2015

2014

Vorderingen op klanten

2.047

16

2.206

-73

Totaal activa

2.047

16

2.206

-73

Schuldbewijzen

585

-23

1.107

-61

Totaal passiva

585

-23

1.107

-61

De geaccumuleerde veranderingen in reële waarde als gevolg van kredietrisico in de vorderingen op klanten bedraagt € 16 miljoen (2014: € 73 miljoen negatief). Dit is berekend vanaf 2010, het moment dat de (hypothecaire) vorderingen door SNS Bank zijn opgenomen op de balans. De mutatie als gevolg van kredietrisico in 2015 is € 89 miljoen (2014: €35 miljoen).

Bijzondere waardeverminderingen en terugnemingen naar categorie

Level 1

Level 2

Level 3

Total

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

2015

2014

2015

2014

Aandelen

--

--

--

--

--

1

--

1

Totaal

--

--

--

--

--

1

--

1

SNS Bank verantwoordt een bijzondere waardevermindering op aandelen indien de marktwaarde 25% of meer gedaald is onder de kostprijs, of negen maanden of langer onafgebroken onder de kostprijs noteert.

SNS Bank verantwoordt een bijzondere waardevermindering op financiële instrumenten indien bij het financieel instrument sprake is van een tot verlies leidende gebeurtenis. Ter identificatie hiervan worden de financiële instrumenten periodiek beoordeeld aan de hand van een aantal door het Financial Committee vastgestelde criteria. Financiële instrumenten die aan één of meer van deze criteria voldoen worden individueel geanalyseerd en beoordeeld. Uit deze analyse wordt geconcludeerd of sprake is van een tot verlies leidende gebeurtenis.

Verschuivingen tussen categorieën 2015

In 2015 hebben geen significante verschuivingen plaatsgevonden.

Verschuivingen tussen categorieën 2014

in miljoenen euro's

naar Level 1

naar Level 2

naar Level 3

Totaal

Van:

Gebaseerd op beschikbare marktinformatie (Level 2)

409

--

4.082

4.491

Verschuivingen tussen level 2 en 1
Begin 2014 heeft er een verschuiving plaatsgevonden van level 2 naar level 1 voor een bedrag van € 409 miljoen aan beleggingen voor verkoop beschikbaar. Deze verschuiving is het gevolg van een verdere verfijning van de levelindeling.

Verschuivingen tussen level 2 en 3
Ultimo 2014 heeft er een verschuiving plaatsgevonden van level 2 naar level 3 voor een bedrag van € 2.206 miljoen aan vorderingen op klanten, € 379 miljoen aan derivaten aan activazijde, € 386 miljoen aan derivaten aan passivazijde en € 1.107 miljoen aan schuldbewijzen. Deze verschuivingen zijn het resultaat van een nieuwe methodiek voor het bepalen van de reële waarde van de hypotheekportefeuille van SNS Bank. De vorderingen op klanten worden gewaardeerd op basis van deze methodiek en de waardering van de derivaten en schuldbewijzen zijn hiervan afgeleid.

SLUITENDOWNLOAD SELECTIE

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE (0)