Risicobeheer, kapitaal- en liquiditeits­­management

6.4 KapitaalmanagementEDTF 2 EDTF 3

Kapitaal vormt een buffer voor de risico’s die SNS Bank loopt. Om de continuïteit te waarborgen en stakeholders te beschermen, stellen onder andere marktpartijen en toezichthouders eisen aan zowel de omvang als de samenstelling van het kapitaal. Daarnaast hanteren we interne normen waaraan moet worden voldaan. Deze sluiten aan bij ons gematigde risicoprofiel.

Belangrijkste ontwikkelingen in 2015

De kapitaalpositie van SNS Bank is in 2015 verder versterkt en gediversificeerd, onder andere door de Tier 2-uitgifte van nominaal € 500 miljoen in het vierde kwartaal 2015. Na de ontvlechting van SNS REAAL en de daaropvolgende verplaatsing van SNS Bank N.V. naar de Nederlandse Staat heeft SNS Bank N.V. hiermee aangetoond zelfstandig toegang te hebben tot de kapitaalmarkt. SNS Bank N.V. is hierbij een 100 procent dochtermaatschappij geworden van SNS Holding B.V. Aangezien er binnen SNS Holding B.V. geen andere activiteiten plaatsvinden heeft SNS Holding B.V. dezelfde kapitaalpositie, dezelfde risicogewogen activa en derhalve dezelfde solvabiliteit als SNS Bank N.V. Voor nadere informatie verwijzen we naar de Pillar 3-rapportage.

Ontwikkeling Tier 1-kernkapitaalratio en leverage ratio

in miljoenen euro's

2015

2014

Tier 1-kernkapitaalratio (transitioneel)

25,3%

18,3%

Tier 1-kernkapitaalratio (volledig ingefaseerd)

25,8%

17,4%

Leverage ratio (transitioneel)

4,7%

3,8%

Leverage ratio (volledig ingefaseerd)

4,8%

3,6%

SNS Bank beschikt ultimo 2015 over een sterke risicogewogen Tier 1-kernkapitaalratio, die is gestegen van 18,3 procent (volledig ingefaseerd 17,4 procent) ultimo 2014 naar 25,3 procent ultimo 2015 (volledig ingefaseerd 25,8 procent). De verbetering van de Tier 1-kernkapitaalratio is met name het gevolg van de nettowinst over het eerste halfjaar van 2015 en de daling van de risicogewogen activa.

De voornaamste risico-ongewogen kapitaalratio, de 'leverage ratio', is in 2015 gestegen van 3,8 procent ultimo 2014 naar 4,7 procent ultimo 2015 (respectievelijk van 3,6 procent naar 4,8 procent volledig ingefaseerd). Deze ligt boven de verwachte toekomstige eis van 4 procent voor Nederlandse banken. De leverage ratio verbeterde  als gevolg van de nettowinst over het eerste halfjaar van 2015 en een daling van de risico exposure.

De totaal kapitaalratio steeg van 18,4 procent (volledig ingefaseerd 17,7 procent) ultimo 2014 naar 29,5 procent (volledig ingefaseerd 30,1 procent) ultimo 2015. Naast de nettowinst en de daling van de risicogewogen activa kwam dit  door de uitgifte van de Tier 2-transactie.

Dividend

SNS Bank stelt voor om een dividend van € 100 miljoen uit te keren ten laste van het jaarresultaat over 2015.

SNS Bank goed gepositioneerd voor toekomstige kapitaaleisenEDTF 12

SNS Bank is goed gepositioneerd om te kunnen voldoen aan de kapitaalvereisten die voortvloeien uit te verwachten toekomstige regelgeving. Dit betreft de leverage ratio, de ‘bail-in’ vereisten ‘Minimum Requirement for own funds and Eligible Liabilities’  (MREL) en ‘Total Loss Absorbing Capacity’  (TLAC) en de verhoging van de risicogewogen activa (RWA) als gevolg van de voorstellen van het Baselse Comité voor Bancaire Supervisie (BCBS) voor kredietrisico RWA en de introductie van een capital floor. SNS Bank streeft daarbij naar een gediversificeerde kapitaalstructuur met voldoende verschillende kapitaal- en fundinginstrumenten.

De leverage ratio is een risico-ongewogen kapitaalratio. Aangezien SNS Bank zich richt op particuliere hypotheken, een activiteit met relatief lage risicowegingen in vergelijking met andere activaklassen, leidt de leverage ratio target ertoe dat onder de huidige regelgeving meer kapitaal moet worden aangehouden dan op basis van de risicogewogen ratio’s. De huidige risicogewogen ratio’s zijn daardoor relatief hoog.

De nieuwe voorstellen van het BCBS inzake de gestandaardiseerde benadering voor de berekening van de RWA voor het kredietrisico en het daaraan gerelateerde capital floor-voorstel, leiden naar verwachting tot een significante toename van de RWA. De relatief hoge risicogewogen kapitaalratio’s van SNS Bank zullen hierdoor naar verwachting afnemen en het benodigd kapitaal om aan de leverage ratio target te voldoen zal naar verwachting lager zijn dan het benodigd kapitaal om aan de risicogewogen targets te voldoen. De kapitaalratio's zullen naar verwachting nog steeds adequaat zijn.

Ultimo 2015 bedraagt de risico-ongewogen MREL-ratio 8,5 procent. De ambitie van SNS Bank is om deposito’s van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen uit te sluiten van 'bail-in'. Bail-in houdt in dat in geval van een bankfalen eerst verschaffers van eigen en vreemd vermogen worden "aangeslagen" voor een bedrag ter grootte van minimaal 8 procent van het balanstotaal of 20 procent van de risicogewogen activa, voordat eventueel publieke middelen kunnen worden aangewend. Zonder deposito’s van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen bedraagt de ongewogen MREL-ratio 8,4 procent ultimo 2015.

SREP eisEDTF 9

Naar aanleiding van de uitkomsten van het ‘Supervisory Review and Evaluation Process’ (SREP) dat de ECB heeft uitgevoerd wordt SNS Bank geacht een minimale Tier 1-kernkapitaalratio van 11,75 procent aan te houden per 1 januari 2016. Deze Tier 1-kernkapitaaleis bevat de kapitaal conservatiebuffer, maar is exclusief de buffer voor overige systeemrelevante instellingen (O-SII buffer). Vanaf 1 januari 2016 is voor SNS Bank de O-SII buffer gelijk aan 0,25 procent. Daarna zal deze toenemen met 0,25 procent per jaar tot in totaal 1 procent in 2019. Vanaf 1 januari 2016 bedraagt de minimale Tier 1-kernkapitaaleis voor SNS Bank vanuit de SREP derhalve 12,0 procent. De Tier 1-kernkapitaalratio ultimo december 2015 bevindt zich met 25,3 procent ruim boven deze minimale kapitaalvereiste.

6.4.1 Management en beheersingEDTF 7

Het primaire doel van kapitaalmanagement is het nu en in de toekomst voldoen aan zowel de interne kapitaaltoereikendheidsdoelstellingen als aan externe kapitaalvereisten. Zodoende willen we waarborgen dat er voldoende kapitaal beschikbaar is om onverwachte verliezen op te vangen en om de strategie van SNS Bank te ondersteunen.

We bepalen de kapitaalbehoefte aan de hand van onze eigen risicobereidheid (de ‘risk appetite’) en het business plan. We houden daarbij rekening met de vereisten van toezichthouders en de verwachtingen van externe stakeholders, zoals klanten en investeerders.

Onze kapitaaltoereikendheid monitoren we door het aanwezige kapitaal af te zetten tegen het vereiste kapitaal op grond van de risicoweging. Dit is onderdeel van het 'Internal Capital Adequacy Assessment Process' (ICAAP). Het kapitaalmanagement van SNS Bank bestaat uit de volgende hoofdactiviteiten:

  • Bepalen van het aanwezige kapitaal;

  • Bepalen van de minimaal benodigde hoeveelheid kapitaal en de gewenste hoeveelheid kapitaal, waaronder ook het vereist economisch kapitaal per risicotype en geaggregeerd over alle risicotypes;

  • Kwalitatief en kwantitatief beoordelen van de kapitaaltoereikend;

  • Uitvoeren van stresstesten op de kapitaaltoereikendheid;

  • Sturen van de kapitaaltoereikendheid naar het gewenste niveau door kapitaalacties;

  • Contingency planning, waarbij we maatregelen kunnen nemen in geval van een onverwachte gebeurtenis. 

Jaarlijks herijken we de strategische doelstellingen. Daarbij brengen we de samenhang van risico’s in kaart. Gegeven de risicobereidheid bepalen we de kaders voor het jaarlijkse Operationeel Plan van SNS Bank. Het Kapitalisatie- en Liquiditeitsplan maakt hier deel van uit.

Bij de kwantitatieve beoordeling van de kapitaalpositie vergelijken we het aanwezige kapitaal en de samenstelling daarvan zowel met de externe vereisten onder het huidige toezichtskader, als met onze interne norm op basis van economisch kapitaal en andere relevante doelstellingen. We houden hierbij ook rekening met verwachte ontwikkelingen in wet- en regelgeving. We zetten zowel instrumenten in waarmee we het vereiste kapitaal en daarmee samenhangende risico’s sturen, als instrumenten waarmee we het beschikbare kapitaal naar het gewenste niveau sturen. Het vereiste kapitaal kan bijvoorbeeld worden verlaagd door bijsturing van de omvang van de kredietportefeuille, terwijl het aanwezige kapitaal kan worden verhoogd door de uitgifte van kapitaalinstrumenten.

Naast de meerjarige kapitaalplanning in het Kapitalisatie- en Liquiditeitsplan maken we maandelijks een update van dit plan. Dit maandelijkse 'Capital Adequacy Assessment Report' wordt besproken in het ALCO. Op basis van deze rapportage wordt indien nodig besloten tot bijsturing door middel van kapitaalacties.

Het gehele kapitaalmanagement proces voldoet aan de door de toezichthouders gestelde eisen. Jaarlijks beoordeelt de toezichthouder de uitkomst van het ICAAP als onderdeel van de SREP. De beoordeling van de toezichthouder kan leiden tot een aanpassing in de minimale SREP kapitaaleisen, alsmede van het kapitaalmanagement in het algemeen.

Economisch kapitaal

Economisch kapitaal is de interne visie op alle risico’s binnen SNS Bank. De kapitaalratio’s vanuit toezichtsvereisten kijken vooral naar kredietrisico, marktrisico en operationeel risico. Bij het bepalen van economisch kapitaal houden we rekening met alle soorten risico’s die het bankbedrijf loopt, alsmede de onderlinge relaties tussen deze risicotypes. Materiële risico’s binnen deze interne kapitaalvereiste zijn naast eerder genoemd kredietrisico, marktrisico en operationeel risico, ook concentratierisico, renterisico in het bankboek, credit spread risico, business risico en modelrisico. Economisch kapitaal wordt berekend op kwartaalbasis en geanalyseerd en gerapporteerd aan het ALCO. Er loopt een project om de berekeningen voor economisch kapitaal specifiek toepasbaar te maken voor het bankbedrijf, aangezien dit model voor geheel SNS REAAL (inclusief de verzekeraar) was ontworpen. Met een nieuw op de bank toegespitst model zijn we beter in staat om een risico-per-risico benadering te maken specifiek gericht op de karakteristieken van SNS Bank. Een eerste oplevering van het nieuwe economisch kapitaalmodel is ultimo 2015 gerealiseerd.

Stresstesten op de kapitaaltoereikendheidEDTF 8

De uitkomsten van stresstesten vormen input voor het bepalen en monitoren van risicocapaciteit, risicobereidheid en doelstellingen. De uitkomsten kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat de interne normen voor de kapitalisatie worden verhoogd. Dit is het geval wanneer de uitkomsten leiden tot een te lage solvabiliteit. De stresstest resultaten nemen we mee in de kapitaalplanning.

De stresstesten gebruiken we tevens in de contingency planning.

Contingency planning

Naar aanleiding van de financiële crisis is er meer focus komen te liggen op contingency planning, de planning voor onvoorziene omstandigheden. De contingency planning is uitgewerkt in het Capital Conservation Plan en het Herstelplan.

Capital Conservation Plan

Het 'Capital Conservation Plan' (CCP) dient als actieplan waarmee we tijdig maatregelen kunnen nemen zodra er sprake is van een plotseling verslechterende kapitaalpositie of onverwacht nadelige financiële marktomstandigheden. Het doel van het CCP is om (milde) kapitaalstress in een vroegtijdig stadium te signaleren, zodat we hierop doelmatig kunnen reageren met een reeks beschikbare maatregelen. De signalering van deze verslechtering vindt plaats door frequente monitoring van ‘early warning' indicatoren, waarvan verandering van de waarde van een indicator kan duiden op het ontstaan van stress. De keuze van de in te zetten maatregel, zoals bijvoorbeeld het aantrekken van nieuw kapitaal of het verlagen van de risicogewogen activa, is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de mogelijke issues. Het CCP is onderdeel van het Herstelplan en wordt jaarlijks geactualiseerd.

Herstelplan

Het belangrijkste doel van het herstelplan is het voorbereiden van SNS Bank op een kapitaalcrisis, zodanig dat wij daarvan op eigen kracht herstellen. De belangrijkste elementen van het plan zijn de bepaling van een aantal (zware) stress-scenario's, herstelmaatregelen die daarbij kunnen worden ingezet en de analyse van daadwerkelijk herstel bij inzet van die maatregelen ('recoverability assessment').

De set van maatregelen heeft een brede scope en omvat naast kapitaalaspecten ook liquiditeits-, operationele- en communicatie-aspecten, zoals bijvoorbeeld de uitgifte van gedekte financiering en het isoleren van kritische systemen of applicaties. Het herstelplan wordt jaarlijks geactualiseerd en met DNB in de hoedanigheid van 'National Resolution Authority' (NRA) gedeeld en besproken.

6.4.2 Ontwikkeling in kapitaaleisenEDTF 4EDTF 12

Naar aanleiding van de crisis zijn er meerdere maatregelen geïntroduceerd. Voor 'gone concern' zijn de kapitaalmaatstaven MREL en TLAC geïntroduceerd. Verder heeft het Baselse Comité een voorstel gedaan waardoor er in de toekomst mogelijk hogere kapitaalseisen gaan gelden voor particuliere hypotheken.

Minimum requirement for own funds and eligible liabilities (MREL)

De Europese richtlijn voor herstel en afwikkeling van banken ('Bank Recovery and Resolution Directive', BRRD) is per 1 januari 2015 in werking getreden en op 26 november 2015 in de Nederlandse wet geïmplementeerd. Tegelijkertijd is de Nederlandse faillissementswet zodanig aangepast dat deposito’s van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen bij een normale faillissementsprocedure hoger gerangschikt zijn dan de vorderingen van gewone concurrente, niet-bevoorrechte schuldeisers. De implementatie van het bail-in raamwerk resulteert in de introductie van een 'minimum requirement for own funds and eligible liabilities' (MREL) als een buffer om verliezen te absorberen. De MREL is van kracht vanaf 1 januari 2016. Volgens het bail-in raamwerk moet het totaal van het eigen vermogen en andere in aanmerking komende verplichtingen minimaal gelijk zijn aan 8 procent van het totaal aan verplichtingen (inclusief toetsingsvermogen), of onder bepaalde condities, 20 procent van de RWA. De instellingsspecifieke MREL zal naar verwachting in 2016 door de NRA worden bepaald. De verplichtingen die voor MREL in aanmerking komen zijn, bovenop het eigen vermogen, Additioneel Tier 1 (AT1) -kapitaal, Tier 2- kapitaal, achtergesteld vermogen dat geen Tier 1 of Tier 2 is en overige voor MREL in aanmerking komende verplichtingen met een resterende looptijd langer dan 1 jaar.

Total Loss-Absorbing Capacity (TLAC)

De Financial Stability Board heeft in het vierde kwartaal van 2015 een eigen voorstel gelanceerd: de 'Total Loss Absorbing Capacity' (TLAC). Net als de MREL is dit bail-in regelgeving. TLAC is allereerst bedoeld voor wereldwijde systeemrelevante instellingen. Daarom is TLAC nog niet van toepassing voor SNS Bank. Echter, deze zou op een later moment ook van toepassing kunnen worden voor lokale systeemrelevante instellingen, waaronder SNS Bank. De minimale TLAC verplichting zal gelijk zijn aan het maximum van:

  1. 16 procent van de RWA (zonder de voor SNS Bank geldende Tier1- kernkapitaalbuffer bestaande uit de kapitaalconservatiebuffer, de countercyclische kapitaalbuffer en de buffer voor overige systeemrelevante instellingen) per 2019 oplopend tot 18 procent in 2022; en

  2. 6 procent van de noemer van de leverage ratio (de totale verplichtingen inclusief eigen vermogen van een bank) per 2019, oplopend tot 6,75 procent in 2022.

Gegeven de totale Tier1-kernkapitaalbuffer verplichting van SNS Bank van 3,5 procent (exclusief de countercyclische kapitaalbuffer van maximaal 2,5 procent), zou de risicogewogen TLAC- verplichting gelijk zijn aan 19,5 procent van de RWA in 2019, oplopend tot 21,5 procent in 2022. Voor TLAC in aanmerking komende instrumenten zijn, bovenop het eigen vermogen, AT1 kapitaal, Tier 2 kapitaal en overige voor TLAC in aanmerking komende verplichtingen met een resterende looptijd langer dan 1 jaar. Op dit moment is het onduidelijk hoe en wanneer TLAC in de Europese wetgeving gaat worden geïmplementeerd. We veronderstellen dat TLAC zal worden opgenomen in de BRRD en we verwachten dat deze zal worden geharmoniseerd met de MREL vereisten.

BCBS consultatie inzake kredietrisico gewogen activa

In december 2014 heeft het BCBS een consultatiedocument uitgebracht over aanpassing aan de gestandaardiseerde benadering (SA) voor kredietrisico. Daarnaast heeft het BCBS een consultatiedocument uitgebracht over de introductie van een 'capital floor'-raamwerk dat is gebaseerd op de aangepaste SA voor kredietrisico. Verwacht wordt dat dit raamwerk de huidige capital floor, gebaseerd op de Basel I-benadering, gaat vervangen. Het doel van het aangepaste capital floor raamwerk is om prudente kapitaaleisen te waarborgen en de vergelijkbaarheid van risicogewogen kapitaalratio’s te verbeteren.

In 2015 heeft het BCBS een 'Quantitative Impact Study' (QIS) gehouden om de voorstellen te herkalibreren en om de impact van de voorstellen in te schatten. Op basis van deze studie heeft het BCBS in december 2015 een tweede consultatie over aanpassingen in de SA voor kredietrisico uitgebracht. We verwachten dat het BCBS in 2016 met een besluit komt over de capital floor.

Volgens de tweede consultatie over de gewijzigde SA voor kredietrisico zal de RWA voor hypotheken tussen 25 procent en 75 procent gaan bedragen. Dit zal afhankelijk zijn van de Loan-to-Value ratio (LtV) van de hypotheek. De LtV zal hierbij worden gebaseerd op de waarde van het onderpand op het moment van vestrekking van de hypotheek. De RWA kan stijgen tot 100 procent als de vereiste informatie niet beschikbaar is. De behandeling van NHG gegarandeerde hypotheken wordt niet toegelicht in het consultatiedocument. SNS Bank hanteert momenteel de 'Advanced Internal Ratings Based' (AIRB) benadering voor de RWA van particuliere hypotheken. Dit resulteert in een huidige gemiddelde RWA van 16 procent ultimo 2015. Hoewel de exacte impact van de voorstellen op dit moment moeilijk is in te schatten, is de verwachting dat door de implementatie van de BCBS consultaties de RWA voor de particuliere hypotheken aanzienlijk zal stijgen. De uiteindelijke impact op de totale vereiste hoeveelheid kapitaal voor SNS Bank is naar verwachting substantieel, gezien het grote aandeel particuliere hypotheken op de balans. SNS Bank bereidt zich er in de kapitaalplanning op voor om in een vroeg stadium te voldoen aan de verwachte impact van de BCBS voorstellen voor de RWA voor kredietrisico en de capital floor.

BCBS consultatie inzake operationeel risico

Het BCBS heeft een consultatiedocument uitgebracht over aanpassingen aan de gestandaardiseerde benadering voor operationeel risico. We houden in onze kapitaalplanning rekening met deze mogelijke ontwikkeling in de regelgeving.

6.4.3 KapitaalstructuurEDTF 10EDTF 11

Kapitalisatie

De kapitaalstructuur van SNS Bank bestaat uit Tier 1-kernkapitaal en Tier 2-kapitaal en ziet er als volgt uit:

Kapitalisatie SNS Bank

CRD IV transitioneel

CRD IV volledig ingefaseerd

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

Kapitaalinstrumenten

381

381

381

381

Agioreserve

3.787

3.787

3.787

3.787

Ingehouden winst

348

151

348

151

Overig totaal resultaat

169

176

169

176

Overige reserves

-1.383

-1.532

-1.383

-1.532

Eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouder

3.302

2.963

3.302

2.963

Niet in aanmerking komende tussentijdse winsten

-104

-40

-104

-40

Niet in aanmerking komend onverdeeld resultaat voorgaande jaren1

-2

-2

-2

-2

Eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouder voor CRD IV doeleinden

3.196

2.921

3.196

2.921

Toename van eigen vermogen die voortvloeit uit gesecuritiseerde activa

-9

-22

-9

-22

Cashflow hedge reserve1

-57

-79

-57

-79

Reële waarde reserve1

-67

-97

--

--

Overige prudentiële aanpassingen

-3

-6

-3

-7

Totaal prudentiële filters

-136

-204

-69

-108

Immateriële vaste activa

-15

-15

-15

-15

UItgestelde belastingvorderingen

--

-48

--

-239

IRB-tekort2

-29

-34

-42

-56

Faciliteit SRH3

-100

-100

-100

-100

Totaal kapitaalaftrekposten

-144

-197

-157

-410

Totaal voorgeschreven aanpassingen op het eigen vermogen

-280

-401

-226

-518

CRD IV Tier 1-kernkapitaal

2.916

2.520

2.970

2.403

Aanvullend Tier 1-kapitaal

--

--

--

--

Tier 1-kapitaal

2.916

2.520

2.970

2.403

Tier 2-vermogensbestanddelen

493

40

493

40

IRB-tekort2

-12

-22

--

--

Totaal Tier 2-kapitaal

481

18

493

40

Totaal kapitaal

3.397

2.538

3.463

2.443

  1. Met ingang van 2015 wordt een nog te amortiseren transactieresultaat op een afgewikkelde Tier 2-lening rechtstreeks in aftrek gebracht op het aandeelhoudersvermogen (€ 2 miljoen. Daarnaast worden de cash flow hedge- en de reële waarde reserve afzonderlijk gepresenteerd. De vergelijkende cijfers zijn hiervoor aangepast.
  2. Het IRB-tekort (shortfall) betreft het verschil tussen het verwachte verlies onder de CRR/CRD IV richtlijnen en de IFRS-voorziening voor particuliere hypotheken.
  3. In februari 2016 is de € 100 miljoen kredietfaciliteit tussen SNS Bank en SRH (voorheen SNS REAAL) beëindigd en terugbetaald. Het wegvallen van deze aftrekpost heeft een effect van 0,9% op de Tier 1-(kern)kapitaalratio.

Met ingang van 2014 zijn op grond van de 'Capital Requirements Regulation' (CRR) correcties op het toezichthouderkapitaal van toepassing. Deze correcties worden gefaseerd ingevoerd en zijn volledig van toepassing per 2018. De actuele eisen worden ‘Transitioneel’ genoemd; de vereisten die na volledige infasering zullen gelden worden ‘Volledig ingefaseerd’ genoemd.

In 2014 maakte de gemengde financiële holding SNS REAAL onderdeel uit van de prudentiële consolidatiekring. Mede omdat de cijfers van de verzekeraar VIVAT veel invloed hadden op het vermogen en de risicogewogen activa van de prudentieel geconsolideerde overzichten van SNS Bank heeft de bank in 2014 naast de prudentieel geconsolideerde overzichten de informatie tevens gerapporteerd op het niveau van SNS Bank stand alone. Deze stand alone cijfers 2014 van SNS Bank zijn gebruikt als vergelijkend cijfer in de jaarrapportage over 2015.

Het Tier 1-kernkapitaal steeg van € 2.520 miljoen in 2014 tot € 2.916 miljoen in 2015, voornamelijk als gevolg van de nettowinst over het eerste halfjaar van 2015. De niet in aanmerking komende tussentijdse winsten van 2015 (de nettowinst in het derde en vierde kwartaal: € 104 miljoen) zijn niet toegevoegd aan het Tier 1-kernkapitaal. Omdat daarnaast het voorstel is gedaan om over 2015 een dividend uit te keren van € 100 miljoen heeft het saldo van de niet toegevoegde winst van het tweede halfjaar (€ 104 miljoen) en het dividendvoorstel (€ 100 miljoen) geen impact op de solvabiliteitspositie per eind 2015.

De uitgestelde belastingvordering ('Deferred Tax Assets', DTA) met betrekking tot voorwaartse verliescompensatie is per 30 juni omgezet in een DTA met betrekking tot tijdelijke waarderingsverschillen. Deze conversie heeft zowel impact op het Tier 1-kernkapitaal als op de RWA. De DTA met betrekking tot voorwaartse verliescompensatie vormt een aftrekpost op het Tier 1-kernkapitaal. De DTA met betrekking tot tijdelijke waarderingsverschillen is daarentegen geen onderdeel van het Tier1-kernkapitaal. Door de conversie vervalt de aftrekpost. Het Tier 1-kernkapitaal stijgt op moment van conversie met € 80 miljoen. De DTA met betrekking tot tijdelijke waarderingsverschillen heeft een risicogewicht van 250 procent. Hierdoor stijgt de RWA met € 170 miljoen.

Naast de nettowinst en de DTA heeft ook de ontwikkeling en de infasering van de reële waarde reserve Beschikbaar voor Verkoop met € 45 miljoen bijgedragen aan de stijging van het Tier 1-kernkapitaal.

Door het aantrekken van € 493 miljoen Tier 2-kapitaal (nominaal € 500 miljoen) en de terugbetaling van de door SNS REAAL aan SNS Bank verstrekte Tier 2-lening (€ 40 miljoen), is de totale kapitaalpositie verder toegenomen met € 453 miljoen. Het Tier 2-kapitaal is als volgt samengesteld:

Tier 2-kapitaalinstrumenten

in miljoenen euro's

Nominaal bedrag

Upper Tier 2

Vervaldatum

Eerste call-optie datum

2015

2014

Achtergestelde lening SNS REAAL

onbepaald

jun-15

--

40

Obligatielening

5-nov-2025

5-nov-2020

500

--

Totaal

500

40

6.4.4 Risicogewogen activaEDTF 9EDTF 13EDTF 14

Pillar 1 bepaalt de minimale kapitaalvereisten op basis van de risicogewogen activa (RWA) voor drie risicotypen: kredietrisico, marktrisico en operationeel risico. De volgende tabel toont de risicogewogen activa per risicotype, exposurecategorie en de wijze van berekening.

Risicogewogen activa (RWA) en kapitaaleis

EAD1

RWA

8% Pillar 1 Kapitaaleis

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

2015

2014

Op interne ratings gebaseerd kredietrisico

Particuliere hypotheken2

42.052

40.921

6.134

6.804

491

544

Securitisatieposities

619

1.124

80

142

6

11

Overig

--

--

642

810

51

65

Totaal kredietrisico Internal Ratings Based

42.671

42.045

6.856

7.756

548

620

Kredietrisico gestandaardiseerde benadering

Centrale overheden en centrale banken

7.745

9.728

170

--

14

--

Regionale of lokale overheden

2.531

2.139

--

--

--

--

Publiekrechtelijke lichamen

44

160

12

35

1

3

Multilaterale ontwikkelingsbanken

284

232

--

--

--

--

Internationale organisaties

15

18

--

--

--

--

Financiële instellingen

1.286

2.299

447

769

36

61

Ondernemingen

812

856

424

1.744

34

139

Particulieren exclusief hypotheken

201

261

151

185

12

15

Onroerend goed gedekt door hypotheken

1.122

1.217

780

865

62

69

Exposures in default

137

131

161

157

13

13

Covered bonds

--

24

--

2

--

--

Aandelenposities

25

10

25

10

2

1

Overige posten

260

178

195

120

16

10

Totaal kredietrisico gestandaardiseerde benadering

14.462

17.253

2.365

3.887

190

311

Marktrisico (gestandaardiseerd)

-      Verhandelde schuldinstrumenten

2.526

2.928

206

274

16

22

-      Aandelen

1

3

3

5

--

--

Operationeel risico

-      Gestandaardiseerd

--

--

1.698

1.566

136

125

Totaal overige risico's

2.527

2.931

1.907

1.845

152

147

Credit Valuation Adjustment (CVA)

--

--

385

283

31

23

Totaal SNS Bank

59.660

62.229

11.513

13.771

921

1.101

  1. De EAD is de exposure op een tegenpartij op rapportagemoment. Voor de IRB gewogen hypotheken is de EAD gelijk aan de resterende hoofdsom van de hypotheek verhoogd met drie aanvullende rentetermijnen, vertragingsrente en eventuele niet getrokken kredietfaciliteiten.
  2. Voor de bepaling van de RWA van de particuliere hypotheken wordt gebruik gemaakt van een model dat is goedgekeurd door DNB.

De 'Exposure at Default' (EAD) is ultimo 2015 afgenomen van € 62,2 miljard naar € 59,7 miljard. Dit wordt met name veroorzaakt door de verlaging van de EAD in de categorie ‘Centrale overheden en centrale banken’ van € 9,7 miljard naar € 7,7 miljard. Deze afname is grotendeels te verklaren door lagere uitzettingen in kortlopend schuldpapier van overheden in het kader van liquiditeitsmanagement. De stijging van de EAD van particuliere hypotheken bedraagt € 1,1 miljard. Deze stijging is met name toe te schrijven aan het beëindigen van een aantal securitisatietransacties waardoor hypotheken die een (lagere) risicoweging hadden (€ 0,5 miljard), terugkomen op de eigen balans en een hogere EAD krijgen op basis van het IRB-model voor de particuliere hypotheken. Verder namen ook de vorderingen op financiële instellingen af met € 1,0 miljard. Het marktrisico nam af door de verkleining van de positie in obligaties in het handelsboek (met € 0,4 miljard).

De RWA berekend op basis van de op interne ratings gebaseerde AIRB-benadering is afgenomen met € 0,9 miljard van € 7,8 miljard ultimo 2014 naar € 6,9 miljard ultimo 2015. Dit is met name het gevolg van stijgende huizenprijzen en positieve economische ontwikkelingen die het effect van de beëindiging van een aantal securitisatietransacties ruimschoots compenseerden.

De call van de Hermes X-securitisatie in maart 2015 heeft geleid tot een RWA-toename van € 100 miljoen. Daarnaast resulteert de call van Hermes XI in september 2015 tot een RWA stijging van € 93 miljoen. Deze effecten zijn terug te vinden onder de categorieën ‘Particuliere hypotheken’, ‘Securitisatieposities’ en ‘Overig’ binnen AIRB. De Hermes XV-securitisatie werd sinds december 2014 al meegenomen in de RWA-berekening.

De RWA-afname onder de gestandaardiseerde benadering voor kredietrisico is met name het gevolg van de aflossing van de lening aan VIVAT. De aflossing van € 250 miljoen, waaraan een risicoweging van 500 procent was toegekend, zorgt voor een daling van de RWA met € 1.250 miljoen op de categorie ‘Ondernemingen’.

De omzetting van de uitgestelde belastingvordering, zoals toegelicht in paragraaf 6.4.3 zorgt voor de toename van RWA in de categorie ‘Centrale overheden en centrale banken’ van € 170 miljoen.

De RWA voor 'Operationeel risico', die wordt gerapporteerd onder de gestandaardiseerde benadering, steeg met € 132 miljoen als gevolg van een stijging van de totale baten in 2015, 2014 en 2013 in vergelijking met de totale baten in 2014, 2013 en 2012.

In 2015 heeft SNS Bank de gehanteerde looptijd in de berekeningsmethodiek voor het vaststellen van de RWA gerelateerd aan CVA voor derivaten herzien. De herziene berekeningsmethode leidt tot een immateriële toename van de RWA. De vergelijkende cijfers zijn niet aangepast.

Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de RWA zien.

Ontwikkeling RWAEDTF 16

in miljoenen euro's

2015

2014

Stand begin van het jaar

13.771

15.121

Kredietrisico gestandaardiseerde benadering

Mutatie in kredietrisico

-1.522

-521

Mutatie CVA kredietrisico

102

-33

Totale verandering kredietrisico gestandaardiseerde benadering

-1.420

-554

Kredietrisico IRB

Re-risking (calls securitisatieprogramma's)

433

604

Overname hypotheekportefeuille

--

90

Modelupdates

--

-949

Methodiek en beleid

--

77

Ontwikkeling portefeuille (inclusief PD en LGD-migraties)

-1.333

-755

Totale mutatie IRB portefeuille

-900

-933

Marktrisico

-70

87

Operationeel risico

132

50

Totale mutatie

-2.258

-1.350

Stand eind van het jaar

11.513

13.771

6.4.5 Pillar 1 vereisten onder CRR/CRD IVEDTF 9

Onderstaande tabel geeft de kapitaaleisen weer met betrekking tot het Tier 1-kernkapitaal.

Pillar 1 vereisten

minimum

maximum

Basis

4,5%

4,5%

Kapitaal conservatiebuffer

2,5%

2,5%

Overige systeemrelevante instellingen buffer

1,0%

1,0%

Systeemrisicobuffer

nvt

nvt

Countercyclische kapitaalbuffer

0,0%

2,5%

Tier 1-kernkapitaalratio

8,0%

10,5%

De buffer voor overige systeemrelevante instellingen is voor SNS Bank in 2015 door DNB vastgesteld op 1 procent. De ‘Systeemrisicobuffer’ geldt niet voor SNS Bank, omdat de bank geen wereldwijde systeembank is.

De 'Countercyclische kapitaalbuffer' heeft betrekking op de mate waarin naar het oordeel van DNB sprake is van oververhitte kredietverlening. De hoogte van deze buffer wordt elk kwartaal door DNB vastgesteld voor Nederland. Op dit moment bedraagt de countercyclische kapitaalbuffer nul procent. Onder Pillar 1 geldt op dit moment derhalve voor SNS Bank een Tier 1-kernkapitaalvereiste van 8 procent.

Inclusief Pillar 2 bedraagt de totale minimale kapitaaleis voor SNS Bank vanuit de SREP 12,0 procent per 1 januari 2016. Voor meer informatie over de SREP eis zie paragraaf 6.4.

6.4.6 Kapitaalratio'sEDTF 4EDTF 9

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de kapitaalratio’s in 2015 weer:

Kapitaalratio's

CRD IV transitioneel

CRD IV volledig ingefaseerd

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

CRD IV Tier 1-kernkapitaal

2.916

2.520

2.970

2.403

Tier 1-kapitaal

2.916

2.520

2.970

2.403

Totaal kapitaal

3.397

2.538

3.463

2.443

Risicogewogen activa

11.513

13.771

11.513

13.771

Risico exposure gedefinieerd door CRR

61.464

66.724

61.518

66.607

Tier 1-kernkapitaalratio

25,3%

18,3%

25,8%

17,4%

Tier 1-kapitaalratio

25,3%

18,3%

25,8%

17,4%

Totaal kapitaalratio

29,5%

18,4%

30,1%

17,7%

Leverage ratio

4,7%

3,8%

4,8%

3,6%

Als gevolg van de hiervoor toegelichte ontwikkelingen in de kapitalisatie en de risicogewogen activa bedraagt per eind 2015 de Tier 1-kernkapitaalratio 25,3 procent (2014: 18,3 procent). Dit is een stijging met 7,0 procentpunt ten opzichte van de stand per eind 2014. Aangezien SNS Bank geen aanvullend Tier 1-kapitaal heeft, is de Tier 1-kernkapitaalratio gelijk aan de Tier 1-kapitaalratio. De totaal kapitaalratio is gestegen als gevolg van de Tier 2- emissie naar 29,5 procent per eind 2015 (2014: 18,4 procent).

6.4.7 Leverage ratioEDTF 4EDTF 9

De leverage ratio is de verhouding tussen de hoeveelheid Tier 1-kapitaal en de totale risico exposure van een bank. Een minimum niveau voor de leverage ratio moet voorkomen dat banken overmatige schulden opbouwen. Het verwachte wettelijk minimum voor de leverage ratio in Nederland is 4 procent.

Onderstaande tabel toont de leverage ratio voor SNS Bank volgens de door de CRR voorgeschreven opbouw van het risico exposure en het vermogen.

Leverage ratio

in miljoenen euro's

2015

2014

Positiewaarden

Derivaten: marktwaarde

763

1.181

Derivaten: opslag mark-to-marketmethode

276

272

Niet opgenomen kredietfaciliteiten

769

83

Buiten de balans: handel met gemiddeld/laag risico

920

129

Buiten de balans: overig

--

--

Overige activa

60.444

65.458

Vermogensaanpassingen en voorgeschreven aanpassingen

Tier 1-kapitaal – transitioneel

2.916

2.520

Tier 1-kapitaal – volledig ingefaseerd

2.970

2.403

Voorgeschreven aanpassingen (Tier 1 transitioneel)

-280

-401

Voorgeschreven aanpassingen (Tier 1 volledig ingefaseerd)

-226

-518

Risico-exposure gedefinieerd door CRR

Transitioneel

61.464

66.724

Volledig ingefaseerd

61.518

66.607

Leverage ratio

Transitioneel

4,7%

3,8%

Volledig ingefaseerd

4,8%

3,6%

De leverage ratio is gedurende 2015 verbeterd. Dit is zowel het gevolg van een stijging van het Tier 1-kapitaal als een daling van de activa. De daling van de activa hangt, naast een afname in de beleggingen, samen met de afnemende omvang van de particuliere en zakelijke hypotheekportefeuille. De hypotheken zijn in de risico-exposure opgenomen voor de exposure at default (EAD).

De stijging van de Tier 1-kapitaalpositie is voornamelijk toe te wijzen aan de nettowinst (€ 244 miljoen over het eerste halfjaar 2015) en de DTA-conversie (€ 80 miljoen), zoals is toegelicht in paragraaf 6.4.3.

6.4.8 MREL en TLACEDTF 4

De onderstaande tabel toont zowel voor de MREL als de TLAC de risico-ongewogen en risicogewogen maatstaven ultimo 2015.

MREL en TLAC

in miljoenen euro's

Risico-ongewogen

Risicogewogen

Tier 1-kernkapitaal

2.916

Tier 2-kapitaal

481

Totaal kapitaal

3.397

MREL (exclusief ongedekte financiering en deposito's)

5,6%

29,5%

TLAC

5,5%

Overige in aanmerking komende ongedekte verplichtingen met resterende looptijd langer dan 1 jaar, exclusief deposito's van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen

1.741

Totaal kapitaal en overige in aanmerking komende ongedekte verplichtingen, exclusief deposito's van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen

5.138

MREL (exclusief deposito's van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen)

8,4%

44,6%

Deposito's van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen groter dan €100.000 met een resterende looptijd van langer dan 1 jaar

180

Totaal kapitaal inclusief overige in aanmerking komende verplichtingen

5.318

MREL (inclusief alle in aanmerking komende verplichtingen)

8,7%

46,2%

Risico-exposure gedefinieerd door CRR (TLAC)

61.464

Risico-exposure gedefinieerd door BRRD (MREL)

61.020

Risicogewogen activa

11.513

Inclusief alle in aanmerking komende schuldinstrumenten bedraagt de risico- ongewogen MREL 8,7 procent en de risicogewogen MREL 46,2 procent. De ambitie van SNS Bank is dat deposito's van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen geen onderdeel zijn van de bail-in buffer. Daarom stuurt SNS Bank op een bail-in buffer bestaande uit 'Totaal kapitaal' en schuldpapier met een resterende looptijd langer dan één jaar dat achtergesteld is ten opzichte van deze deposito’s. We beogen dat deze buffer (minimaal) gelijk is aan 8 procent van de totale verplichtingen (inclusief toetsingsvermogen) of, indien dit de bindende restrictie wordt, 20 procent van de RWA. Exclusief deposito's van natuurlijke personen en mkb-ondernemingen bedraagt de risico-ongewogen MREL 8,4 procent en de risicogewogen MREL 44,6 procent.

De verwachting is dat de NRA zal vereisen dat de bail-in buffer van 8 procent volledig dient te bestaan uit verplichtingen die achtergesteld zijn aan ongedekte financieringen. Indien de reeds uitstaande ongedekte financieringen worden uitgesloten van MREL binnen de bail-in buffer, bedraagt deze risico-ongewogen MREL maatstaf 5,6 procent.

TLAC is momenteel ingevuld met Tier 1-kernkapitaal en Tier 2-kapitaal. Op basis van de huidige kapitaalpositie van SNS Bank bedraagt de risico-ongewogen TLAC 5,5 procent en de risico gewogen TLAC 29,5 procent.

SNS Bank zal de ontwikkelingen op het gebied van MREL en TLAC nauwlettend volgen en de kapitaalspositie versterken en diversificeren voor zover van toepassing.

SLUITENDOWNLOAD SELECTIE

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE (0)