Risicobeheer, kapitaal- en liquiditeits­­management

6.5 KredietrisicoEDTF 2EDTF 3

Het kredietrisico vormt een belangrijk financieel risico voor SNS Bank. Het kredietrisico is het risico dat een kredietnemer of tegenpartij een financiële of andere contractuele verplichting niet nakomt. Het optreden van dit risico kan gevolgen hebben voor de financiële positie van onze onderneming. Ons beleid is erop gericht dat deze positie niet in gevaar komt. Dat komt tot uiting in het acceptatiebeleid voor hypotheken en overige particuliere kredieten en de beheersing van de zakelijke activiteiten. Op alle elementen van de 'credit cycle' (planning, acceptatie, beheer en bijzonder beheer) proberen we te voorkomen dat klanten het geld niet meer terug kunnen betalen.

6.5.1 RisicoprofielEDTF 26

Het kredietrisico van SNS Bank wordt vooral bepaald door het kredietrisicoprofiel van de particuliere hypotheekportefeuille, de overige particuliere uitzettingen en de zakelijke mkb-portefeuille. Onze kredietportefeuille heeft een sterke focus op Nederlandse hypotheken. Binnen de portefeuille is er een ruime spreiding op de onderliggende kredietnemers. We nemen bovendien maatregelen om de kwaliteit van onze kredietportefeuilles te bewaken.

Het kredietrisico in 2015

De kwaliteit van de kredietportefeuille is in 2015 verbeterd. Het herstel van de particuliere hypothekenmarkt dat zich in 2014 aandiende vanwege het aantrekken van de Nederlandse economie, het licht stijgen van de huizenprijzen, het stijgen van het aantal huizentransacties en de bescheiden daling van de werkloosheid, heeft in 2015 doorgezet. We geven extra aandacht aan opvolging van klanten in achterstand door bijvoorbeeld samen te zoeken naar mogelijkheden om de inkomsten en uitgaven van de klant in achterstand meer in balans te krijgen. Tevens is risicobewaking bij acceptatie van nieuwe klanten verder aangescherpt. De omvang van de particuliere-hypotheekportefeuille is gedaald van bruto € 46,6 miljard naar € 45,0 miljard. Het volume aan achterstallige hypotheken is afgenomen van € 2,0 miljard naar € 1,3 miljard. De voorziening voor de particuliere-hypotheekportefeuille is gedurende 2015 afgenomen van € 326 miljoen naar € 257 miljoen. Per saldo is sprake van 35 procent minder betalingsachterstanden in de portefeuille en een 21 procent lagere kredietvoorziening bij een afname van de portefeuille met 3 procent.

In 2015 is de kredietverlening aan het mkb afgenomen van bruto € 1,2 miljard tot € 1,1 miljard. Door verscherpt toezicht op betalingsachterstanden en de monitoring op significante veranderingen van financieringsratio’s is sprake van afname van achterstallige mkb-kredietverlening.

De omvang van de portefeuille overige particuliere kredieten is gedurende 2015 teruggelopen van bruto € 268 miljoen naar € 219 miljoen. De daling, die in overeenstemming is met het beleid, wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitstroom van klanten met persoonlijke leningen en doorlopende kredieten. Een aantal jaar geleden is besloten de focus te leggen op de verstrekking van hypotheken. De portefeuilles met doorlopende kredieten en persoonlijke leningen waren te kleine, complexe portefeuilles; de nieuwe productie in deze portefeuilles loopt via derde partijen.

6.5.1.1 Beheersing van kredietrisicoEDTF 7

SNS Bank maakt in de beheersing van het kredietrisico onderscheid in drie subtypes:

Debiteurenrisico: dit risico ontstaat doordat een kredietnemer een financiële of andere contractuele verplichting jegens onze onderneming niet nakomt.

Het debiteurenrisico doet zich voor bij de verstrekte leningen en beleggingen van de bank. We  onderscheiden daarin vorderingen op klanten, vorderingen op banken en instellingen alsook beleggingen. Vorderingen op klanten zijn meestal gedekt door (hypothecaire) zekerheden. De vorderingen op banken en de beleggingen zijn grotendeels het gevolg van het liquiditeitsmanagement en hebben een laag kredietrisico door de gestelde eisen om in de liquiditeitsportefeuille opgenomen te worden.

Concentratierisico: dit risico treedt op in situaties zoals een groep van met elkaar verbonden klanten, sterke vertegenwoordiging in een bepaalde industriële sector of marktsegment, of een concentratie in een geografische regio.

De kredietportefeuille van SNS Bank heeft een zeer sterke focus op de Nederlandse markt en de particuliere hypotheekmarkt in het bijzonder. Ondanks dat dit een (strategisch gekozen) concentratie is, is door het grote aantal kredietklanten (270.000) sprake van voldoende spreiding van de onderliggende kredietnemers.

Tegenpartijrisico: dit risico treedt op als de tegenpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden. Het tegenpartijrisico vloeit niet voort uit een kredietovereenkomst, maar uit bijvoorbeeld derivaten-, obligatie- of geldmarkttransacties.

In het kader van het balansmanagement maken we gebruik van rentederivaten. Deze derivatenposities veroorzaken een tegenpartijrisico dat vanaf een contractueel afgesproken waarde is gedekt door onderpand. Per tegenpartij is een maximum kredietbedrag afgesproken, de zogenoemde kredietlijn. Het beleid is dat er geen kredietlijnen worden toegekend aan banken zonder rating of banken met een credit rating lager dan BBB.

Kredietcomité (KC)

Het KC is verantwoordelijk voor de beheersing van kredietrisico’s binnen SNS Bank. Tot de verantwoordelijkheden behoren onder meer:

  • het vaststellen van de limieten en het beleid alsook de invulling hiervan binnen de kaders die zijn vastgesteld door de directie;

  • de acceptatie van kredieten of afwijzing ervan, de revisie van kredieten en zonodig de bijstelling van de kredietvoorwaarden;

  • het toezicht houden op de operationalisering van het beleid en een verantwoorde invulling van de kredietverlening en het kredietbeheer, waaronder bijzonder beheer;

  • het vaststellen en monitoren van procedures en maatregelen voor het beheersen van het kredietrisico;

  • het vaststellen, goedkeuren, bijstellen, monitoren en evalueren van de kredietvoorzieningen, kredietverliezen en afschrijvingen alsook het monitoren, evalueren en bijsturen van het risico in de kredietportefeuilles en de kredietposities.

Rapportages

De ontwikkelingen in de kredietportefeuille en bijbehorende risicomaatstaven worden doorlopend gemonitord en periodiek gerapporteerd door zowel de business als Risk Management aan het KC en de Directie.

Belangrijke stuurrapportage voor de kredietportefeuille is het Risk Appetite Dashboard: de doorvertaling van de Risk Appetite Statement naar meetbare indicatoren, die minimaal op kwartaalbasis worden gemonitord. Voor de interne sturing wordt het dashboard dat betrekking heeft op de hypotheekportefeuille maandelijks op merkniveau opgesteld en besproken.

StresstestEDTF 8

Minstens één keer per jaar vindt een uitgebreide stresstest plaats, veelal als onderdeel van het ICAAP. Een van de belangrijkste elementen van de stresstest is het vaststellen van de impact van een extreem, maar plausibel macro-economisch scenario op het kredietrisico van SNS Bank. Om dit te kunnen bepalen, wordt gebruik gemaakt van portefeuille specifieke modellen voor het vertalen van de impact van het stress-scenario op de kredietportefeuilles. Deze modellen zijn gebaseerd op de historische relatie tussen de ontwikkelingen in de portefeuille en de belangrijkste macro-economische parameters. Bij het vaststellen van deze relatie wordt rekening gehouden met de karakteristieken van de klant maar ook van contractuele eigenschappen zoals bijvoorbeeld het type zekerheid. Voor een particuliere hypotheekportefeuille betekent dit dat de werkloosheidscijfers en huizenprijsontwikkeling de belangrijkste macro-economische parameters zijn. Naast het vaststellen van de impact van het scenario wordt tevens onderzocht wat de gevoeligheden van de portefeuilles zijn voor de verschillende macro-economische parameters.

Voor de beschrijving van het generieke stresstestproces verwijzen we naar paragraaf 6.4.1.

6.5.1.2 Exposure kredietrisicoEDTF 26

SNS Bank biedt betaal-, spaar- en hypotheekproducten voor hoofdzakelijk de particuliere klant in Nederland. De meeste uitzettingen (€ 49,2 miljard, 79 procent van het balanstotaal) hebben betrekking op ‘Vorderingen op klanten’. Het betreft voornamelijk aan particuliere klanten verstrekte hypotheken.

De onderstaande tabel geeft de exposure kredietrisico op de balans weer.  Hierbij houden we rekening met de gevormde voorzieningen die in aftrek zijn gebracht op de vorderingen. Er is geen rekening gehouden met ontvangen onderpand of andere instrumenten, die het kredietrisico mitigeren.

Exposure kredietrisico

in miljoenen euro's

2015

2014

Kas en kasequivalenten

2.259

1.968

Vorderingen op banken

2.081

2.604

Vorderingen op klanten

49.217

52.834

- waarvan particuliere hypotheken

44.787

46.230

- waarvan overige particuliere kredieten

184

213

- waarvan zakelijk

2.729

3.133

- waarvan overheid

1.517

3.258

Beleggingen

5.708

6.184

Derivaten

1.993

2.702

Overig

639

839

Activa aangehouden voor verkoop

16

24

Exposure kredietrisico op de balans

61.913

67.155

Off-balance kredietfaciliteiten en garanties

1.831

1.471

Totale exposure kredietrisico

63.744

68.626

De categorieën ‘Kas en kasequivalenten’ en ‘Vorderingen op banken’ betreffen tegoeden bij De Nederlandsche Bank, vorderingen op kredietinstellingen met een looptijd korter dan één maand en vorderingen op kredietinstellingen met een looptijd van één maand of langer, voor zover niet in de vorm van rentedragende effecten. In essentie zijn dit rekening courant saldi en interbancaire deposito’s, die hoofdzakelijk zijn gerelateerd aan het liquiditeitsmanagement. Voor een toelichting op het liquiditeitsmanagement verwijzen we naar paragraaf 6.7.

De derivatenpositie komt voort uit afdekking van het renterisico op het bankboek (inclusief de securitisatieprogramma's). De afname van ‘Derivaten’ is onder meer het gevolg van de beëindiging van verscheidene securitisatieprogramma’s (Hermes X, XI, XV, Holland Homes 3 en Pearl 4) in 2015.
De ‘Beleggingen’ betreffen beleggingen in hoofdzakelijk overheidsobligaties van EU- lidstaten.

6.5.1.3 Exposure at DefaultEDTF 26

Hieronder is de exposure aan kredietrisico opgenomen op basis van de 'Exposure at Default' (EAD) uit de toezichthoudersrapportage. Uitgangspunt zijn de cijfers zoals deze worden gehanteerd voor IFRS; om de EAD te bepalen worden enkele specifieke onderdelen toegevoegd, zoals de verwerking van niet getrokken leningdelen en de bijtelling van drie maanden betalingsachterstand.

Totale Exposure at Default (EAD)

in miljoenen euro's

2015

2014

Totale activa (IFRS balanstotaal)

62.690

68.159

Posten die niet onderhevig zijn aan kredietrisico

-777

-1.004

Exposure kredietrisico op de balans

61.913

67.155

Off-balance verplichtingen

Kredietfaciliteiten en garanties

1.831

1.471

Totale exposure kredietrisico

63.744

68.626

Correcties op de activa1

-475

-2.285

Waarderingsaanpassingen2

-5.164

-6.120

Herrekening off-balance sheet posten naar EAD waarde

-972

-923

Totale Exposure at Default

57.133

59.298

Kredietrisico RWA gedeeld door totale EAD

16,1%

19,6%

  1. ‘Correcties op activa’ betreffen de gesecuritiseerde hypotheken
  2. Onder ‘Waarderingsaanpassingen’ wordt gecorrigeerd voor hedge-accounting, saldo van netting van derivaatposities en add on voor potentiële toekomstige exposure en kredietrisicomitigerende posten (m.n. collateral).

De volgende secties geven verdere detaillering of doorsnedes van de kredietportefeuille op basis van de IFRS-exposure of op basis van EAD. Waar dit laatste het geval is, staat dit expliciet aangegeven in de titel van de tabel en/of in de naam van de betreffende kolom in de tabel.

6.5.1.4 Toelichting bij Vorderingen op klantenEDTF 26

Onderstaande tabel geeft een nadere opsplitsing van de categorie ‘Vorderingen op klanten’:

Vorderingen op klanten

in miljoenen euro's

2015

2014

Particuliere uitzettingen

44.971

46.443

- waarvan particuliere hypotheken

44.787

46.230

- waarvan overige particuliere kredieten

184

213

Zakelijk uitzettingen

2.729

3.133

- waarvan zakelijke kredieten aan mkb

990

1.035

- waarvan onderhandse leningen

1.412

1.768

- waarvan duurzame financieringen ASN Bank

327

330

Overheid

1.517

3.258

Totaal

49.217

52.834

‘Vorderingen op klanten’ bestaat uit drie onderdelen:

  • particuliere uitzettingen

  • zakelijke uitzettingen

  • uitzettingen aan de overheid

De particuliere uitzettingen bestaan hoofdzakelijk uit hypotheken verstrekt aan particulieren. Deze portefeuille is in omvang afgenomen van netto € 46,2 miljard eind 2014 naar € 44,8 miljard eind 2015. Deze daling heeft meerdere oorzaken. Allereerst geven sommige klanten er de voorkeur aan op hun hypotheek af te lossen nu de spaarrente zo laag is. Bovendien zien we dat klanten anticiperen op de regels voor het percentage hypotheekrenteaftrek dat is toegestaan. Ten slotte is SNS Bank gestart met het aanbieden van rentemiddeling.

Naast particuliere hypotheken verstrekken we  ook kredietproducten zoals doorlopende kredieten, debet standen op betaalrekeningen, persoonlijke leningen, creditcards en effectenbevoorschotting. Het totaal aan ‘Overige particuliere kredieten’ is gedaald naar € 184 miljoen in 2015 ten opzichte van € 213 miljoen in 2014.

De ‘Zakelijke uitzettingen’, inclusief onderhandse leningen en een portefeuille duurzame financieringen van ASN Bank, zijn afgenomen van € 3,1 miljard in 2014 naar € 2,7 miljard in 2015. Van deze uitzettingen, betreft per eind 2015 € 990 miljoen de mkb-leningenportefeuille, vergelijkbaar van omvang met 2014.

De portefeuille onderhandse leningen is met € 356 miljoen afgenomen, met name door de aflossing van de lening die was verstrekt aan VIVAT (€ 250 miljoen).

De laatste categorie in de tabel ‘Vorderingen op klanten’ betreft uitzettingen bij de overheid. Het gaat hierbij veelal om leningen die zijn verstrekt aan lagere overheden (gemeentes en provincies) dan wel (publiekrechtelijke) instanties met een overheidsgarantie. De substantiële afname van de uitzettingen in de categorie ‘Overheid’ is met name te verklaren door twee kortlopende geldmarktuitzettingen van € 1 miljard elk, die in 2015 zijn afgelost.

Het totale volume aan leningen in achterstand is met € 747 miljoen gedaald naar € 1,6 miljard in 2015. De dekkingsgraad is toegenomen van 27,0 procent in 2014 naar 29,2 procent in 2015. De totale kredietvoorziening is afgenomen van € 510 miljoen in 2014 naar € 391 miljoen in 2015.

Een toelichting per categorie volgt in de paragraaf 6.5.2 tot paragraaf 6.5.7.

Vorderingen op klanten 2015

in miljoenen euro's

Bruto
leningen

Specifieke
voor-
ziening

IBNR-
voor-
ziening

Boek-
waarde


In achter-
stand1

Non default

Voorziene default leningen2

In achter-
stand (%)

Impaired ratio

Dekkings-
graad

Particuliere hypotheken

45.044

-207

-50

44.787

1.317

396

921

2,9%

2,0%

22,5%

Overige particuliere kredieten

219

-33

-2

184

61

13

48

27,9%

21,9%

68,8%

Totaal particuliere kredieten

45.263

-240

-52

44.971

1.378

409

969

3,0%

2,1%

24,8%

Mkb-kredieten3

1.089

-95

-4

990

178

--

178

16,3%

16,3%

53,4%

Overige zakelijke en semi-publieke kredieten

1.739

--

--

1.739

--

--

--

--

--

--

Leningen aan de overheid

1.517

--

--

1.517

--

--

--

--

--

--

Totaal vorderingen op klanten

49.608

-335

-56

49.217

1.556

409

1.147

3,1%

2,3%

29,2%

  1. Particuliere hypotheken is exclusief leningen in de balans gewaardeerd tegen marktwaarde voor € 35 miljoen.
  2. Een klant is ‘in default’ wanneer de klant een betalingsachterstand heeft van meer dan 90 dagen of wanneer wordt vastgesteld dat verdere betaling onwaarschijnlijk is.
  3. Onder de bruto mkb-kredieten zijn voor € 943 miljoen bruto mkb-hypotheken verantwoord.

Vorderingen op klanten 2014

in miljoenen euro's

Bruto
leningen

Specifieke
voor-
ziening

IBNR-
voor-
ziening

Boek-
waarde

In achter-
stand1

Non default

Voorziene default leningen2

In achter-
stand (%)

Impaired ratio

Dekkings-
graad

Particuliere hypotheken

46.556

-266

-60

46.230

2.014

657

1.357

4,3%

2,9%

19,6%

Overige particuliere kredieten

268

-52

-3

213

85

15

70

31,7%

26,1%

74,3%

Totaal particuliere kredieten

46.824

-318

-63

46.443

2.099

672

1.427

4,5%

3,0%

22,3%

Mkb-kredieten3

1.164

-123

-6

1.035

204

--

204

17,5%

17,5%

60,3%

Overige zakelijke en semi-publieke kredieten

2.098

--

--

2.098

--

--

--

--

--

--

Leningen aan de overheid

3.258

--

--

3.258

--

--

--

--

--

--

Totaal vorderingen op klanten

53.344

-441

-69

52.834

2.303

672

1.631

4,3%

3,1%

27,0%

  1. Particuliere hypotheken is exclusief leningen in de balans gewaardeerd tegen marktwaarde voor € 34 miljoen.
  2. Een klant is ‘in default’ wanneer de klant een betalingsachterstand heeft van meer dan 90 dagen of wanneer wordt vastgesteld dat verdere betaling onwaarschijnlijk is.
  3. Onder de bruto mkb-kredieten zijn voor € 1.051 miljoen bruto mkb-hypotheken verantwoord.

Vorderingen op klanten naar regio

in miljoenen euro's

2015

2014

Nederland

48.666

50.081

Europese Monetaire Unie excl. Nederland

470

2.417

Zwitserland

6

255

Verenigd Koninkrijk

40

42

Overig

35

39

Totaal

49.217

52.834

De tabel geeft een verdieping van de on balance sheet exposures naar regio en de woonplaats van de klant weer. Deze hoeft niet per definitie overeen te komen met de locatie van de gestelde zekerheid.

De tabel illustreert dat, gegeven de strategie en het business model van SNS Bank, er een sterke concentratie op Nederlandse klanten bestaat. De krimp bij de leningen binnen de Europese Monetaire Unie is het gevolg van aflossingen van kortlopende geldmarktuitzettingen bij de Duitse en Belgische overheid.

6.5.2 Particuliere hypotheken

6.5.2.1 RisicoprofielEDTF 26

De totale hypotheekportefeuille is voor ongeveer 60 procent opgebouwd uit (leningdelen van) aflossingsvrije hypotheken. Het profiel van de portefeuille zal gedurende de komende jaren verder ontwikkelen aangezien enerzijds spaar- en beleggingshypotheken niet meer worden verkocht aangezien dit fiscaal niet gestimuleerd wordt, en anderzijds aflossingsvrije hypotheken fiscaal steeds minder aantrekkelijk zijn vanwege overheidsmaatregelen. Als gevolg hiervan zal op portefeuilleniveau een geleidelijke verschuiving plaatsvinden naar de categorieën annuïteiten- en lineaire hypotheken. In 2015 is het percentage annuïteitenhypotheken in de portefeuille verder toegenomen (zie paragraaf 6.5.2.4 ‘Resterende hoofdsommen naar aflossingsvorm’). Deze ontwikkelingen dragen bij aan een gestage vermindering van de gemiddelde Loan to Value (LtV) in de particuliere hypotheekportefeuille. Dit komt naar voren in paragraaf 6.5.2.4 ‘Loan to Value verdeling’.

6.5.2.2 Belangrijkste ontwikkelingen in 2015

De omvang van de portefeuille is teruggelopen van netto € 46,2 miljard naar € 44,8 miljard. De instroom aan hypotheken bedroeg in 2015 € 2,4 miljard (inlcusief omzettingen), terwijl de uitstroom uit de portefeuille € 3,7 miljard (inclusief omzettingen) beliep. De instroom bestaat voornamelijk uit nieuwe hypotheekproductie en verder uit verlengingen en verhogingen. Van de nieuwe hypotheekproductie bestaat 59 procent uit hypotheken verstrekt onder Nationale Hypotheek Garantie (NHG); dit past in het streven naar een gematigd risicoprofiel binnen de particuliere hypotheekportefeuille.

Het volume aan hypotheken met een betalingsachterstand is afgenomen van € 2,0 miljard naar € 1,3 miljard. De kredietvoorziening voor de particuliere hypotheekportefeuille is gedurende 2015 afgenomen met € 69 miljoen. De daling van de voorzieningen is gerelateerd aan een verdere afname van de instroom van het aantal klanten in achterstand (gemeten op maandeinde van de eerste gemiste incasso) van gemiddeld circa 2.150 klanten per maand in 2014 naar 1.625 klanten in 2015. Een soortgelijke daling is te zien in de doorstroom van achterstand naar default van gemiddeld ruim 300 klanten per maand in 2014 naar iets minder dan 200 klanten in 2015. Deze ontwikkelingen zijn een gevolg van het lichte economische herstel en de verbeteringen in het preventief beheer.

We hebben geïnvesteerd in de afdeling Bijzonder Beheer, het service center waar dossiers terechtkomen van klanten die problemen hebben met het betalen van de hypotheeklasten. De effecten zijn zichtbaar: de doorstroom van posten in achterstand naar ‘default’ (de situatie waarin een kredietnemer zijn beloofde betalingen niet nakomt) is sterk teruggebracht. Meer klanten herstellen uit de achterstand en default. Er is daarbij extra geïnvesteerd in het terugbrengen van het aantal klanten die al geruime tijd in default waren. Het gevolg is dat het aantal default klanten is gedaald tot onder de 4.100, ten opzichte van ruim 5.900 eind 2014.

De acceptatievoorwaarden voor hypotheken zijn in lijn gebracht met de aangescherpte risicobereidheid van de bank. De acceptatiescorekaart waarmee we de kredietrisico’s van (potentiële) klanten inschatten, is eind 2014 vernieuwd en verbeterd. Hierdoor kunnen we met een hogere mate van betrouwbaarheid een beoordeling maken van de kredietwaardigheid van een potentiële klant. Daarmee beperkt de bank naast haar eigen risico ook het risico voor de klant.

In 2015 hebben we gewerkt aan het verder professionaliseren van het ‘credit cycle' concept, dat we in 2014 hebben ingevoerd voor de interne kredietbeheersing van de hypotheekportefeuille. Alle relevante vakdisciplines zijn met inachtneming van het three lines of defence model betrokken bij de risicosturing van de hypotheekportefeuille. Dit geldt voor elke fase van het hypothekenproces. Hierdoor kunnen we sneller en ook beter reageren op (mogelijke) achterstanden. In 2015 is een betere scheiding ontstaan tussen met name eerste- en tweedelijnswerkzaamheden. Er is daardoor een scherpere bewaking van het kredietrisico.

We hebben in 2015 ook gewerkt aan verbetering van de risicomodellen op het gebied van inschatting van particulier en zakelijk kredietrisico. Het kredietrisico van de hypotheekportefeuille wordt nauwkeuriger en meer specifiek naar risicokenmerk bepaald. Daarnaast zijn de risicodata aangevuld met meer recente verliesdata, waardoor recente ontwikkelingen in de portefeuille kunnen worden meegenomen in de schattingen naar de toekomst.

6.5.2.3 Beheersing van de portefeuilleEDTF 7EDTF 27

Bij kredietrisicobeheer maken we onderscheid tussen beheer op portefeuilleniveau en naar individuele klant.

Portefeuillebeheersing

Op portefeuilleniveau kijken we naar de karakteristieken van de portefeuille in termen van instroom, uitstroom, status van de performing portefeuille en van de non-performing portefeuille.

Zo bewaken we bij de instroom (de nieuw verstrekte leningen) dat de verstrekte hypotheken voldoen aan adequate normen op het gebied van klant, inkomen en onderpand. Deze normen zijn vastgelegd in de acceptatievoorwaarden, die door het Kredietcomité worden goedgekeurd. Primair uitgangspunt hierbij is het klantbelang, conform het door SNS Bank gehanteerde Manifest. We streven naar het verstrekken van verantwoorde financieringen en maken daarbij onder meer gebruik van de acceptatiescorekaart om de duurzame betaalbaarheid door en voor de klant te kunnen voorspellen. Potentiële verliezen als gevolg van het kredietrisico beperken we door voorwaarden te stellen aan de zekerheden, zoals de waarde van het onderpand en al dan niet een garantiestelling door NHG.

Bij uitstroom uit de portefeuille besteden we separaat aandacht aan beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare aflossingen. Hierbij kijken we zowel naar de redenen om af te aflossen als ook naar de kenmerken van deze posten in termen van kwaliteit en geprognosticeerd verwacht verlies (Expected Loss).

De ontwikkeling van het geheel van de performing portefeuille monitoren we met name op kwaliteit, de dekkingswaarden (zoals de gemiddelde Loan-to-Value en het percentage NHG-dekkingen) en de geprognosticeerde Expected Loss.

Door een actief beleid op klanten met betalingsachterstanden in de achterstands- en default- (non-performing) portefeuille beheersen we het kredietrisico. Hiertoe evalueren we voortdurend de beheersprocessen op hun effectiviteit en vinden waar mogelijk verbeteringen plaats.

Bijzonder beheer particuliere hypotheken

Het service center Bijzonder Beheer, waaronder Preventief Beheer valt, neemt samen met adviseurs van onze merken actie om vroegtijdig klanten te helpen die problemen krijgen met het betalen van hypotheeklasten. Eventueel adviseren we klanten hoe ze de hypotheek weer betaalbaar kunnen krijgen en houden. Zo nodig helpen we ze meer inzicht in en controle te krijgen over hun inkomsten en uitgaven. Het eerste contact kan bij Preventief Beheer van beide kanten komen: klanten benaderen ons als ze problemen voorzien of we nemen zelf tijdig initiatief en benaderen klanten die op basis van onze gegevens een verhoogd risico lopen op een betalingsachterstand.

Indien een klant een betalingsachterstand heeft, zoeken we samen met hem of haar naar mogelijkheden om de inkomsten en uitgaven weer in balans te krijgen. Het uitgangspunt is dat de klant kan blijven wonen in het huis en de hypotheeklasten in de toekomst kan blijven voldoen. Indien nodig zetten we een budgetcoach in. We bespreken met de klant de situatie en gaan eventueel tot herstructurering van de lening over.

Als herstel niet mogelijk is, wordt de klant begeleid bij de onderhandse verkoop van het huis. Verliesbeperking voor de klant en de bank staat daarbij voorop. Mocht de klant na verscheidene pogingen niet willen meewerken om verandering in de situatie aan te brengen of mocht er sprake zijn van speciale omstandigheden zoals fraude of criminaliteit of als onderhandse verkoop van de woning niet mogelijk bleek, kan worden overgegaan tot verkoop van het huis via een executieverkoop.

6.5.2.4 KerncijfersEDTF 28

Onderstaande tabel toont de balanswaarde van de particuliere hypotheekvorderingen, inclusief de specifieke voorziening en de ‘Incurred But Not Reported’-voorziening (IBNR).

Voorziening op particuliere hypotheken

in miljoenen euro's

2015

2014

Particuliere hypotheken

45.044

46.556

Specifieke voorziening

-207

-266

IBNR-voorziening

-50

-60

Totaal particuliere hypotheken

44.787

46.230

De afname van de voorziening, van € 326 miljoen naar € 257 miljoen, is onder andere te danken aan de aantrekkende economie, resulterend in stijgende huizenprijzen en een dalende werkeloosheid. Bovendien hebben we meer nadruk gelegd op het oplossen en voorkomen van betalingsproblemen bij onze klanten. Bijzonder Beheer heeft meer aandacht gegeven aan klanten met een langdurige betalingsachterstand. In de gevallen dat herstel niet meer mogelijk was, heeft dit geleid tot meer gedwongen verkopen van het onderpand en als gevolg daarvan tot lagere voorzieningen.

Resterende hoofdsommen

in miljoenen euro's

2015

2014

Balanswaarde particuliere hypotheken

44.787

46.230

Kredietvoorziening

257

326

IFRS waarderingsaanpassingen1

-812

-970

Totaal resterende hoofdsommen

44.232

45.586

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Resterende hoofdsommen naar label

in miljoenen euro's

2015

2014

BLG Wonen

14.735

15.251

RegioBank

5.538

5.283

SNS

23.959

25.052

Totaal resterende hoofdsommen

44.232

45.586

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel beheert het merk SNS het grootste deel van de hypotheekportefeuille binnen SNS Bank; ze neemt ruim de helft (54 procent) van de portefeuille voor haar rekening.

Resterende hoofdsommen naar aflossingsvorm

in miljoenen euro's

2015

2014

Aflossingsvrij

26.552

28.204

Annuïtair

3.664

2.254

Belegging

3.671

4.118

Levensverzekering1

5.727

6.237

Banksparen

3.864

4.095

Lineair

303

197

Overig

451

481

Totaal resterende hoofdsommen

44.232

45.586

  1. Inclusief spaarhypotheken waarvan de polis is ondergebracht bij een verzekeringsbedrijf.

In 2013 zijn de regels omtrent de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente gewijzigd. Bij nieuwe hypotheken is aftrek slechts toegestaan indien de hypotheek op basis van annuïteiten of lineair over een periode van maximaal dertig jaar wordt afgelost. Daardoor is zowel het brutobedrag als het aandeel van annuïteitenhypotheken in de totale particuliere hypotheekportefeuille toegenomen. Ongeveer de helft van de aflossingsvrije hypotheken per eind 2015 betreft volledig aflossingsvrije leningen. De andere helft betreft hypotheken waarin naast aflossingsvrije leningdelen ook een aflossingsdeel of een spaarhypotheekdeel is opgenomen dat is gekoppeld aan hetzelfde onderpand.

Resterende hoofdsommen naar rentevaste looptijd

in miljoenen euro's

2015

2014

Variabel

4.425

5.993

≥ 1 en < 5 jaar vast

1.970

2.899

≥ 5 en < 10 jaar vast

9.414

11.078

≥ 10 en < 15 jaar vast

21.917

19.337

≥ 15 jaar vast

6.036

5.774

Overig

470

505

Totaal resterende hoofdsommen

44.232

45.586

De vraag naar hypotheken met een rentevaste periode van 15 jaar of langer is als gevolg van het lage renteklimaat in belangrijke mate toegenomen. In 2015 bestond de nieuwe hypotheekproductie in de Nederlandse markt voor 40% tot 45% uit dergelijke hypotheken. SNS Bank streeft ernaar haar marktaandeel in de hypotheekmarkt te vergroten. In dat kader heeft SNS Bank het percentage hypotheken met een lange rentevaste periode in de hypotheekproductie verhoogd.

Voor SNS Bank brengen hypotheken met een lange rentevaste periode meer herfinancierings-, model- en prijsrisico met zich mee dan hypotheken met een kortere rentevaste looptijd. SNS Bank heeft het verhoogde renterisico gedurende 2015 gemitigeerd met behulp van renteswaps en door de obligatieposities met een looptijd langer dan 15 jaar terug te brengen. Verder heeft SNS Bank de risicobereidheid voor deze hypotheken opnieuw vastgesteld om het hogere risicoprofiel te kunnen beheersen. Daarnaast wordt door SNS Bank zorgvuldig op de langere rente en de key rate duration gestuurd. Het percentage hypotheken met een rentevaste periode tussen de 10 en 15 jaar steeg in totaal van 42% ultimo 2014 tot 50%. De percentages hypotheken met een variabele rente en een rentevaste looptijd tot 10 jaar daalden navenant.

Resterende hoofdsommen naar jaar van oorsprong (in miljarden euro's)

Uit de onderverdeling van de portefeuille naar het jaar dat de hypotheek oorspronkelijk is afgesloten, blijkt dat sprake is van een grote exposure-concentratie in de jaren voor de crisis, 2005-2008. De in deze jaren afgesloten particuliere hypotheken hadden en hebben nog steeds meer kans te worden getroffen door de negatieve macro-economische ontwikkelingen. Dit komt terug in het risicoprofiel van deze specifieke oorsprongsjaren, maar ook in het risicoprofiel van de totale portefeuille, gezien de grote relatieve portfoliobijdrage. Echter, de relatieve bijdrage van deze oorsprongsjaren in het totale risicoprofiel zal naar verwachting afnemen als gevolg van terugbetalingen en de toename van de volumes in meer recentere jaren.

Achterstanden particuliere hypotheken/bijzonder beheer

Onderstaande tabel toont de achterstanden van vorderingen op particuliere hypotheken. Een klant is in achterstand (past due) als de betaling van een verschuldigd rente- en of aflossingsbedrag meer dan een dag te laat is. In de praktijk komt dat neer op de te late betaling van een afgesproken maandelijks termijnbedrag. Een klant is ‘in default’ wanneer deze minimaal drie termijnen niet heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting, wanneer wordt vastgesteld dat verdere betaling onwaarschijnlijk is of als bijvoorbeeld sprake is van fraude. Posten zijn pas weer 'uit default' als de volledige achterstand is ingelopen.

Achterstanden particuliere hypotheken

in miljoenen euro's

2015

2014

Geen achterstand

43.697

44.508

1 - 3 maanden

658

1.026

4 - 6 maanden

170

254

7 - 12 maanden

158

260

> 12 maanden

361

508

Subtotaal achterstanden1

1.347

2.048

Voorziening

-257

-326

Totaal

44.787

46.230

  1. In het subtotaal zijn begrepen de hypotheken die in de balans op reële waarde worden gewaardeerd (2015: € 30 miljoen, 2014: 34 miljoen). In de tabel met dekkingsgraad worden deze posten niet meegenomen onder 'Leningen in achterstand'.

Het totaal uitstaande bedrag van achterstallige leningen daalde in 2015 met € 701 miljoen naar € 1,3 miljard. De omvang van vorderingen in alle achterstandscategorieën nam af. Dit komt door de verhoogde aandacht voor het herstellen van klanten met een betalingsachterstand en het voorkomen van het ontstaan van achterstanden. De daling van de achterstandscategorie van 12 maanden en langer is met name het gevolg van de intensieve aandacht van Bijzonder Beheer voor deze categorie.

Ondanks deze inspanningen is de gemiddelde achterstand van klanten in default in 2015 toegenomen doordat de hogere ouderdomscategorie in verhouding tot de totale achterstand groter is geworden. De relatieve daling van het aantal klanten in de hoogste categorie (>12 maanden) is lager dan in andere categorieën.  Hierdoor neemt het relatieve belang van deze categorie in de berekening van de gemiddelde achterstand toe.

Voorziening

Onderstaande tabel geeft het verloop van de voorziening weer over 2015.

Verloop voorziening particuliere hypotheken

Specifiek

IBNR

Totaal

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

2015

2014

Balanswaarde begin van het jaar

266

265

60

41

326

306

Onttrekkingen

-108

-102

--

--

-108

-102

Dotaties

85

120

12

17

97

137

Vrijvallen

-41

-6

-22

-21

-63

-27

Schattingswijziging

--

--

--

23

--

23

Overige mutaties

5

-11

--

--

5

-11

Stand eind van het jaar

207

266

50

60

257

326

De specifieke voorziening toont een relatief grote afname; van € 266 miljoen in 2014 naar € 207 miljoen in 2015. Dit komt doordat het aantal klanten in default is gedaald. Het totaal van de dotaties aan de voorziening is gedaald met € 35 miljoen met als resultaat een waardeverandering (dotatie) ten opzichte van de totale bruto hypotheekportefeuille van gemiddeld 7 basispunten ten opzichte van 31 basispunten in 2014, zie voor verdere toelichting paragraaf 5.1. De afname van de voorziening werd ondersteund door macro-economische ontwikkelingen, met name hogere huizenprijzen en afnemende werkloosheidscijfers. Ten slotte werden de bijzondere waardeverminderingen op particuliere hypotheken in 2014 beïnvloed door niet terugkerende posten.

De IBNR-voorziening daalde in 2015 met € 10 miljoen naar € 50 miljoen wat in lijn ligt met de daling van het risicoprofiel van de particuliere hypotheekportefeuille niet in default.

Dekkingsgraad

De dekkingsgraad geeft de procentuele dekking van de gevormde, specifieke voorziening ten opzichte van de impaired defaultposten zoals opgenomen in onderstaande tabel.

Dekkingsgraad particuliere hypotheken

in miljoenen euro's

2015

2014

Leningen in achterstand1

1.317

2.014

Non-default

396

657

Impaired default

921

1.357

Specifieke voorziening

-207

-266

Percentage leningen in achterstand

2,9%

4,3%

Impaired ratio

2,0%

2,9%

Dekkingsgraad

22,5%

19,6%

  1. In de ‘Leningen in achterstand’ zijn niet begrepen de hypotheken die in de balans op reële waarde worden gewaardeerd (2015: € 30 miljoen, 2014: 34 miljoen).

Door de stijging van de gemiddelde ouderdom van klanten in default is de dekkingsgraad van de portefeuille gestegen in 2015. Voor  klanten die langer in default zijn, wordt namelijk een hogere voorziening aangehouden. Het aandeel van de klanten met een achterstand van meer dan 12 maanden ten opzichte van het totaal aantal klanten met een achterstand is gestegen doordat de afwikkeling van deze posten langer duurt dan verwacht. Voor deze posten houden we een hogere voorziening aan.

Loan-to-Value verdeling

De verstrekkingsvoorwaarden van nieuwe hypotheken zijn aangepast op basis van de Tijdelijke Regeling Hypothecair Krediet. Daardoor is de maximale bevoorschotting voor particuliere hypotheken ten opzichte van de marktwaarde van het onderpand in 2015 beperkt tot 103 procent. In 2014 was het maximale verstrekkingspercentage bij aanvang al beperkt tot 104 procent. Het percentage zal stapsgewijs omlaag worden gebracht tot 100 procent in 2018.

Omdat de huidige portefeuille voor een groot deel bestaat uit hypotheken die zijn afgesloten vóór 2013, is de impact van het aangescherpte beleid ten aanzien van de bevoorschottingsgrens nog maar beperkt zichtbaar in de cijfers. In de komende jaren zal het kredietrisicoprofiel verbeteren dankzij de aangescherpte verstrekkingsvoorwaarden en -normen, wat wordt versterkt door aflossingen en omdat bijna alle nieuwe leningen op basis van annuïteiten worden verstrekt.

De Loan-to-Value (LtV) is de hoogte van de lening uitgedrukt in een percentage van de marktwaarde van het onderpand. Daarbij betekent een lage LtV een gunstige dekking van de lening op basis van onderpandswaarde. Indien er Nationale Hypotheek Garantie (NHG) is afgegeven voor een lening, is dit een additionele zekerheid.

Het overzicht in de volgende tabel geeft een opsplitsing van alle hypothecaire vorderingen gerangschikt naar LtV-bucket.

Uitsplitsing particuliere hypotheken naar LtV buckets

in miljoenen euro's1

2015

2014

NHG

12.507

30%

12.201

28%

LtV ≤ 75%

13.320

32%

13.121

30%

LtV >75 ≤ 100%

7.370

17%

7.495

17%

LtV >100 ≤ 125%

7.599

18%

8.570

20%

LtV > 125%

1.416

3%

2.242

5%

Totaal

42.212

100%

43.629

100%

IFRS waarderingsaanpassingen2

812

970

Spaardelen3

2.020

1.957

Kredietvoorziening

-257

-326

Totaal particuliere hypotheken

44.787

46.230

  1. LtV op basis van geïndexeerde reële waarde onderpand.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.
  3. Met ingang van 2015 wordt de LtV getoond exclusief de opgebouwde spaardelen. De vergelijkende cijfers 2014 zijn hiervoor aangepast.

De nieuwe hypotheekinstroom had een relatief laag risicoprofiel door strengere acceptatie-eisen en omdat een groot deel van de nieuwe hypotheken wordt gedekt door de Nederlandse Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het maximale percentage bij het afsluiten van de hypotheek is in 2015 wettelijk vastgesteld op 103 procent. Het maximale percentage zal stapsgewijs omlaag worden gebracht naar 100 procent in 2018.

In 2015 daalde het percentage door NHG gedekte nieuwe hypotheken naar 59 procent (2014: 67 procent). Deze daling werd grotendeels veroorzaakt door de verlaging van het maximum van de NHG van € 265.000 naar € 245.000 per 1 juli 2015. Ultimo 2015 viel 30 procent van de totale boekwaarde van particuliere hypotheken onder NHG (ultimo 2014: 28 procent).

De onderpandswaarden worden geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van de huizenprijzen. Als gevolg van de gestegen huizenprijzen verbeterde het risicoprofiel voor de hogere LtV-klassen. De LtV-bucket >125% is gedaald van € 2,2 miljard ultimo 2014 naar € 1,4 miljard ultimo 2015. Binnen de overige LtV- buckets zorgt de indexatie ook voor verschuiving van leningen naar een lagere LtV-bucket. De gewogen gemiddelde geïndexeerde LtV van particuliere hypotheken verbeterde tot 84 procent ultimo 2015 (86 procent ultimo 2014).

Verdeling kredietkwaliteit particuliere hypothekenEDTF 15

De onderpanden van de hypothecaire leningen bevinden zich voor het overgrote deel in Nederland. We hanteren voor het wegen van het kredietrisico in deze portefeuille een intern ontwikkeld 'Advanced Internal Rating Based' (AIRB)-model (PHIRM1), bestaande uit 'Probability of Default' (PD-), '(Downturn) Loss Given Default' (LGD)- en' Exposure at Default' (EAD)-modellen. Dit ratingmodel geeft aan hoe groot de kans is dat een klant binnen één jaar in betalingsproblemen raakt en wat het verwachte verlies dan zou zijn voor de bank.

De uitkomsten gebruiken we voor het vaststellen van de risicogewogen activa (RWA) van de particuliere hypotheekportefeuille. Ze vormen de basis voor het berekenen van de IFRS kredietvoorzieningen. Tevens dienen ze als input voor essentiële interne risicorapportages.

In 2015 hebben een review en een herkalibratie plaatsgevonden van de AIRB-modellen. Daarnaast zijn de risicodata aangevuld met meer recente verliesdata, waardoor recente ontwikkelingen in de portefeuille kunnen worden meegenomen in de schattingen naar de toekomst. De modellen zijn daarna intern gevalideerd en goedgekeurd voor gebruik door het betreffende risicocomité. Momenteel vindt afstemming met de toezichthouders plaats over ingebruikname van het geherkalibreerde model.

Vanwege de recente crisisjaren zijn de realisaties met betrekking tot de gedwongen verkoop van onderpand over de afgelopen perioden relatief slechter dan de periode waarop het model reeds was gekalibreerd. Uit interne impactstudies blijkt dat PD en LGD zullen toenemen als gevolg van het feit dat deze realisaties worden toegevoegd aan het model om tot een nieuwe inschatting van deze risico parameters te komen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze risico parameters een ‘through-the-cycle’ karakter en zodoende geen directe weerspiegeling zijn van de recente portefeuille en economische ontwikkelingen. Bij de toepassing van het huidige risicomodel constateren we over 2015 een afname van de PD, mede als gevolg van de huidige economische verbeteringen. Tevens loopt het aantal klanten in achterstand en het aantal defaults gestaag terug wat zich ook laat vertalen in een verbetering van de risico parameters.

De volgende tabel geeft de verdeling van de portefeuille particuliere hypotheken naar kredietkwaliteitklassen.

PD-risicoklassen particuliere hypotheken 2015

Interne ratingklasse

Gemiddelde LGD

Gemiddelde PD

EAD in elke klasse

RWA in elke klasse (of bandbreedte)

Performing

1

8,76%

0,07%

10.790

172

2

8,75%

0,19%

5.092

184

3

11,10%

0,32%

5.141

340

4

12,74%

0,43%

6.195

587

5

17,13%

0,71%

6.324

1.136

6

17,82%

1,23%

1.430

387

7

12,63%

1,26%

2.538

496

8

17,41%

2,01%

839

304

9

13,32%

3,44%

800

304

10

13,47%

6,87%

916

505

11

14,82%

13,36%

411

326

12

14,21%

21,80%

381

327

13

14,97%

41,85%

326

284

Non-performing

21,22%

100,00%

869

782

Totaal

42.052

6.134

PD-risicoklassen particuliere hypotheken 2014

Interne ratingklasse

Gemiddelde LGD

Gemiddelde PD

EAD in elke klasse

RWA in elke klasse (of bandbreedte)

Performing

1

8,74%

0,07%

10.002

159

2

8,97%

0,19%

5.079

188

3

11,56%

0,32%

4.567

314

4

13,65%

0,43%

4.994

507

5

17,78%

0,71%

7.364

1.375

6

18,40%

1,23%

1.783

498

7

12,63%

1,26%

1.869

365

8

17,61%

2,01%

882

323

9

13,35%

3,44%

832

317

10

14,31%

6,87%

1.027

601

11

14,97%

13,36%

416

333

12

13,91%

21,80%

439

370

13

14,88%

41,85%

441

383

Non-performing

20,51%

100,00%

1.226

1.071

Totaal

40.921

6.804

De particuliere hypotheekportefeuille is in omvang afgenomen door uitstroom van klanten in combinatie met een beperkte instroom. Daar tegenover staat dat door het aflopen van een aantal securitisatietransacties hypotheken zijn teruggekeerd op de balans waardoor de totale EAD van de hypotheekportefeuille is toegenomen in 2015. De risicogewogen activa van de totale portefeuille zijn wel afgenomen en bedroegen € 7,5 miljard in 2014 (€ 6,8 miljard verhoogd met conservatisme-opslag van 10 procent) en € 6,7 miljard in 2015 (€ 6,1 miljard eveneens verhoogd met 10 procent). De risicoweging van particuliere hypotheken daalde van gemiddeld 18,3 procent op jaareinde 2014 naar 16,0 procent op jaareinde 2015. De risicoweging is gedefinieerd als de risicogewogen activa inclusief de conservatisme-opslag gedeeld door de totale hypotheekexposure.

De ontwikkeling van de risicogewogen activa laat zich verklaren door een aantal ontwikkelingen:

  • Afname van de default portefeuille;

  • Toename van de EAD in de ratingklasses met een laag risicoprofiel (1-5). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een verbetering van het risicoprofiel van de desbetreffende klanten;

  • Afname van de EAD in de ratingklasses met een hoog risicoprofiel vanwege herstel uit default en terugbrengen van achterstanden;

  • Toename van het aantal offertes (vanwege de contractuele verplichting die de bank is aangegaan, wordt hier ook kapitaal voor aangehouden).

6.5.3 Overige particuliere kredieten

6.5.3.1 RisicoprofielEDTF 26

Naast de particuliere hypotheekportefeuille is er een relatief kleine portefeuille met overige particuliere kredieten. Deze portefeuille van € 219 miljoen omvat 0,4 procent (2014: 0,4 procent) van het totaal aan vorderingen op klanten. Onder deze portefeuille vallen kredietproducten zoals doorlopende kredieten, debetstanden op betaalrekeningen, persoonlijke leningen, credit cards en effectenbevoorschotting.

6.5.3.2 Belangrijkste ontwikkelingen in 2015

De omvang van de portefeuille overige particuliere kredieten is gedurende 2015 teruggelopen van € 268 miljoen naar € 219 miljoen. De daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitstroom van klanten met persoonlijke leningen en doorlopende kredieten.

In 2015 zijn stappen gezet in het verder verbeteren van het three lines of defence-model voor deze portefeuille: we hebben de risicobeheersing ervan op een hoger niveau gebracht. Daarnaast hebben we extra geïnvesteerd in het bijzonder beheer op deze portefeuille. Klanten in achterstand krijgen een intensievere begeleiding van gespecialiseerde medewerkers.

6.5.3.3 KerncijfersEDTF 28

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de vorderingen en voorzieningen op overige particuliere kredieten.

Voorziening overige particuliere kredieten

in miljoenen euro's

2015

2014

Overige particuliere kredieten

219

268

Specifieke voorziening

-33

-52

IBNR-voorziening

-2

-3

Totaal overige particuliere kredieten

184

213

Achterstanden overige particuliere kredieten

in miljoenen euro's

2015

2014

Geen achterstand

158

183

1 - 3 maanden

15

17

4 - 6 maanden

3

3

7 - 12 maanden

3

5

> 12 maanden

40

60

Subtotaal achterstanden

61

85

Voorziening

-35

-55

Totaal

184

213

De totale omvang van de leningen in achterstand is gedaald van € 85 miljoen naar € 61 miljoen ultimo 2015. Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de afschrijving van een lening van € 11 miljoen, die geheel was voorzien.

Voorziening

In 2015 is voor het eerst sinds een aantal jaren de relatieve omvang van de voorziening voor overige particuliere kredieten ten opzichte van de totale vordering gedaald. Dit is toe te schrijven aan licht verbeterde economische omstandigheden voor onze klanten en het afschrijven van de eerdergenoemde lening.

Verloop voorziening overige particuliere kredieten

Specifiek

IBNR

Totaal

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

2015

2014

Balanswaarde begin van het jaar

52

46

3

1

55

47

Onttrekkingen

-24

-7

--

--

-24

-7

Dotaties

7

15

1

2

8

17

Vrijvallen

-2

-1

-2

--

-4

-1

Overboeking activa aangehouden voor verkoop

--

-1

--

--

--

-1

Stand eind van het jaar

33

52

2

3

35

55

Dekkingsgraad overige particuliere kredieten

in miljoenen euro's

2015

2014

Leningen in achterstand

61

85

Non-default

13

15

Impaired default

48

70

Specifieke voorziening

-33

-52

Percentage leningen in achterstand

27,9%

31,7%

Impaired ratio

21,9%

26,1%

Dekkingsgraad

68,8%

74,3%

De dekkingsgraad van de portefeuille is gedaald naar circa 69 procent in 2015, met name als gevolg van de hoge onttrekkingen aan de voorzieningen van € 24 miljoen.

6.5.4 Zakelijke kredieten aan het mkb

6.5.4.1 RisicoprofielEDTF 26

De portefeuille zakelijke kredieten kenmerkt zich door kredietverlening aan het mkb op basis van hypothecaire zekerheid. Het beleid van de bank is in 2015 niet gewijzigd.

De totale leningenportefeuille bestaat uit ruim 4.200 klanten en heeft een omvang van bruto € 1.089 miljoen.

In de leningenportefeuille maken we onderscheid op basis van kredietobligo en kredietlimiet. Het portefeuilledeel met een obligo groter dan € 1 miljoen bestaat uit ongeveer 150 klanten en heeft een omvang van € 274 miljoen.

Het portefeuilledeel met een kredietlimiet tot € 1 miljoen bestaat uit circa 4.050 klanten. Dit zijn bedrijven uit het mkb-segment in diverse ondernemingsvormen en deze portefeuille heeft een omvang van € 783 miljoen. We streven naar een reductie van het risicoprofiel door enerzijds te streven naar klantbehoud en waar noodzakelijk of gevraagd tot aanvullende kredietverlening over te gaan, maar anderzijds te kijken naar de mogelijkheden bij klanten om extra of versneld af te lossen, waardoor de omvang van de portefeuille daalt.

We rapporteren per kwartaal over de ontwikkelingen in beide portefeuilledelen aan het KC.

6.5.4.2 Belangrijkste ontwikkelingen in 2015

We hebben in 2015 extra aandacht besteed aan de reductie van het risicoprofiel. De omvang van de leningenportefeuille is afgenomen van € 1.035 miljoen (na aftrek voorzieningen) naar € 990 miljoen. Het aandeel van leningen met een achterstand is gedaald van € 204 miljoen naar € 178 miljoen. De dekkingsgraad van achterstallige kredieten is afgenomen van 60 procent naar 53 procent door het terugdringen van de achterstanden tot 12 maanden, alsook de afname van de dekkingstekorten bij posten met meer dan 12 maanden achterstand.

6.5.4.3 Beheersing van de portefeuilleEDTF 7EDTF 27

We monitoren het betaalgedrag van onze klanten met gedragscoremodellen. Deze zijn in 2015 herontwikkeld en helpen ons om een beter inzicht te krijgen in het risicoprofiel van de leningportefeuilles en dragen daarmee bij aan de verdere verbetering van de beheerscyclus.
De modellen berekenen de voorspellende kans op wanbetaling (Probability of Default, PD) en wat mogelijk het verlies voor de bank zal zijn wanneer deze kans zich zal voor doen. Op basis van deze uitkomsten zijn we beter in staat om aandacht te geven aan klanten met een hoog risicoprofiel. Het vroegtijdig constateren van een hoger risicoprofiel biedt meer mogelijkheden om in overleg met de klant passende maatregelen te treffen.

Voor het portefeuilledeel met een kredietobligo groter dan € 1 miljoen blijft de “post voor post”-benadering bestaan als maatwerk in het klantbeheer.

Beheerproces bijzonder beheer zakelijke klanten

Het service center Zakelijk Beheer handelt direct en proactief zodra een zakelijke klant een betalingsachterstand krijgt, zelf aangeeft betalingsproblemen te verwachten of het gedragsscoremodel significant veranderde ratio’s laat zien.

Daarnaast kunnen andere gebeurtenissen aanleiding geven. Bijvoorbeeld faillissement, executoriaal beslag op verbonden zekerheden of andere gebeurtenissen die leiden tot een structurele financiële stresssituatie bij onze kredietnemers. Samen met de klant inventariseren we de mogelijkheden waarmee de liquiditeitspositie weer op orde kan komen. De continuïteit van de desbetreffende klant en de kans op herstel van het krediet vormen daarbij de belangrijke uitgangspunten. Afhankelijk van het moment waarop een maatregel wordt getroffen, zal de klant na herstel uiteindelijk na maximaal drie jaar weer in de reguliere beheercyclus worden teruggeplaatst.

Herstel is niet altijd mogelijk. In zo’n situatie begeleidt het service center Zakelijk Beheer de klant bij de onderhandse verkoop van het zakelijke onderpand met als doel de verliezen voor klant en bank te beperken. In speciale gevallen, zoals fraude, criminaliteit of herhaalde weigering van de klant om mee te werken, kan er worden overgaan tot gedwongen verkoop van het zakelijk onderpand.

6.5.4.4 KerncijfersEDTF 28

Voorziening op mkb-leningen

in miljoenen euro's

2015

2014

Mkb-leningen

1.089

1.164

Specifieke voorziening

-95

-123

IBNR-voorziening

-4

-6

Totaal zakelijk

990

1.035

De portefeuille mkb-leningen neemt verder in omvang af door de daling in het segment met leningen groter dan € 1 miljoen.  

Achterstanden mkb-leningen

in miljoenen euro's

2015

2014

Geen achterstand

911

960

1 - 3 maanden

10

55

4 - 6 maanden

6

11

7 - 12 maanden

21

21

> 12 maanden

141

117

Totaal achterstanden

178

204

Voorziening

-99

-129

Totaal

990

1.035

Gedurende 2015 is de aandacht gericht op het herstel van defaults en het voorkomen van nieuwe defaults. Dit resulteerde in een afname van klanten met een achterstand tot twaalf maanden. Desondanks is het obligo toegenomen van posten die langer dan twaalf maanden in achterstand zijn. De dekkingstekorten bij deze klanten stabiliseren echter ten opzichte van 2014 en hebben daarom niet geleid tot additionele voorzieningen.

Verloop voorziening

Het verloop van de voorziening over 2015 voor mkb-leningen is als volgt:

Verloop voorziening mkb-leningen

Specifiek

IBNR

Total

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

2015

2014

Balanswaarde begin van het jaar

123

94

6

6

129

100

Onttrekkingen

-27

-15

--

--

-27

-15

Dotaties

24

59

--

--

24

59

Vrijvallen

-25

-15

-2

--

-27

-15

Stand eind van het jaar

95

123

4

6

99

129

Gedurende 2015 is per saldo € 35 miljoen minder gedoteerd aan de specifieke voorziening voor mkb-leningen dan in 2014. Zowel een lagere instroom als de positieve ontwikkelingen van de dekkingsgraad en verbeteringen in het beheer van achterstanden draagt hier aan bij. Het herstel is in 2015 vergelijkbaar met het herstel in 2014. De instroom daalt zowel bij posten met een obligo van meer dan € 1 miljoen als bij de posten met een lager obligo.

De vrijval van € 25 miljoen wordt mede veroorzaakt door een eenmalige vrijval van circa € 10 miljoen, die hoofdzakelijk het resultaat is van positieve ontwikkelingen op het gebied van uitwinningen en de waardering van onderpand. Dankzij de verbetering van het achterstandenbeheer konden eerdere aannames aangaande de waardering van onderpand worden geactualiseerd aan de hand van recente herwaarderingen.

De onttrekkingen zijn in 2015 hoger dan in 2014 als gevolg van een groter aantal afgewikkelde posten met een obligo van meer dan € 1 miljoen.

Dekkingsgraad

De dekkingsgraad voor de portefeuille mkb-leningen is als volgt:

Dekkingsgraad mkb-leningen

in miljoenen euro's

2015

2014

Leningen in achterstand

178

204

Non-default

--

--

Impaired default

178

204

Specifieke voorziening

-95

-123

Percentage leningen in achterstand

16,3%

17,5%

Impaired ratio

16,3%

17,5%

Dekkingsgraad

53,4%

60,3%

Het terugdringen van de achterstanden tot twaalf maanden, wat leidde tot onttrekkingen aan de voorziening, alsook de afname van de dekkingstekorten bij posten met meer dan twaalf maanden achterstand hebben geresulteerd in een afname van de dekkingsgraad.

6.5.5 Onderhandse leningen

6.5.5.1 RisicoprofielEDTF 26

De categorie ‘Onderhandse leningen’ bevat onder meer onderhandse leningen aan (semi-)publieke sectoren zowel op de balans van SNS Bank als van ASN Bank. De portefeuille van ASN Bank bestaat vooral uit leningen (of gestalde deposito’s) aan gemeentes, woningbouwcorporaties, zorginstellingen, waterschappen en ondernemingen die in eigendom zijn van of gerelateerd zijn aan de overheid. Deze sectoren sluiten goed aan bij de doelstellingen van ASN Bank vanwege hun maatschappelijk karakter. Veelal is voor deze leningen een overheidsgarantie afgegeven of geldt er een garantie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) of het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ). Deze portefeuille kent daardoor een laag risico. ASN Bank heeft een aantal onderhandse leningen ondergebracht in een portefeuille ‘Duurzame financieringen’. Deze is toegelicht in paragraaf 6.5.6.

Over de ontwikkelingen in de portefeuille wordt op reguliere wijze gerapporteerd aan het KC. Het is de ambitie van SNS Bank haar gematigde risicoprofiel te laten ondersteunen door een robuust risicobeheersingsraamwerk. Daarom is de risicobeheersing op ook deze portefeuille versterkt met onder meer een uitgebreidere jaarlijkse risicobeoordeling van financieringen en een uitgebreidere rapportage.

6.5.5.2 Belangrijkste ontwikkelingen in 2015

De omvang van de portefeuille is in 2015 gekrompen van € 1.768 miljoen naar € 1.412 miljoen door hoofdzakelijk de aflossing van de lening aan VIVAT (€ 250 miljoen). Ultimo 2015 waren er binnen deze portefeuille geen posten met een betalingsachterstand. Er zijn geen leningen waarvoor het noodzakelijk was een voorziening te treffen.

Om ASN Bank te faciliteren in een beheerste groei van haar kredietuitzettingen, is het risicomanagement ten behoeve van ASN in 2015 opgeschaald en aangepast. Zo is er een nieuw risicobeheersingsraamwerk neergezet voor de portefeuille waarbij de kredietkwaliteit van de tegenpartijen wordt beoordeeld en gerapporteerd los van de garantstellende instantie of overheid.

6.5.5.3 Beheersing van de portefeuilleEDTF 7

De ASN Bank-portefeuille wordt beheerd door de vermogensbeheerder ACTIAM. ASN Bank heeft een mandaat aan ACTIAM afgegeven waaraan strikte eisen zijn verbonden. Een krediet moet aan alle eisen voldoen om te kunnen worden opgenomen in de portefeuille. Een belangrijke voorwaarde is dat de onderhandse leningen geen kapitaalbeslag mogen hebben. Daardoor kunnen alleen onderhandse leningen met een zeer laag kredietrisico worden opgenomen. Veelal zijn deze leningen staatsgegarandeerd. De bank streeft naar een meer robuuste risicobeheersing op al haar portefeuilles. Er is een nieuw beleidsraamwerk opgezet met strengere vereisten ten aanzien van analyse, fiattering en rapportage voor deze portefeuille.

6.5.5.4 Kerncijfers

Onderhandse leningen

in miljoenen euro's

2015

2014

SNS Bank

774

1.075

ASN Bank

638

693

Totaal

1.412

1.768

De categorie ‘SNS Bank’ is met € 301 miljoen gedaald, hoofdzakelijk door de aflossing van een lening van € 250 miljoen aan VIVAT op 30 december 2015.
De portefeuille onderhandse leningen van ASN Bank is in omvang afgenomen met € 55 miljoen door aflossingen op bestaande leningen.

Van de € 774 miljoen onderhandse leningen bij SNS Bank bestaat € 763 miljoen uit leningen aan verzekeraar SRLEV.  Deze kennen hun oorsprong in securitisatie-activiteiten. Binnen het securitisatieprogramma van de bank worden spaarhypotheken gesecuritiseerd, waarbij de spaarpolis bij de verzekeraar SRLEV loopt en de hypotheek bij de SNS Bank. De door de klant gestorte spaarpremies in deze polissen mogen door SRLEV contractueel uitsluitend bij SNS Bank worden aangehouden. In het geval de betreffende spaarhypotheken door de bank worden gesecuritiseerd ontvangt SRLEV een lening van SNS Bank ter financiering van sub-participaties in deze securitisatie-entiteiten. De leningen hebben exact dezelfde omvang als de gestorte spaarpremies voor deze hypotheken (31 december 2015: € 763 miljoen; 31 december 2014: € 806 miljoen). In de documentatie van de leningen aan SRLEV is overeengekomen dat deze verrekend kunnen worden met de door SRLEV aangehouden spaarpremies bij SNS Bank. Als gevolg daarvan resteert er voor de bank geen kredietrisico op deze uitzetting.

6.5.6 Duurzame financieringen ASN Bank

6.5.6.1 RisicoprofielEDTF 26

ASN Bank wil haar portefeuille zakelijke leningen laten groeien in sectoren die zij onontbeerlijk vindt voor een duurzame samenleving, en met name de sector duurzame energie. Hier zou een concentratierisico kunnen ontstaan. Dit wordt gemitigeerd door een gedegen kennis van de sector, een zorgvuldige spreiding van uitzettingen naar geografie, naar type energieopwekking (zon, wind, warmte-koudeopslag), naar achterliggende sponsor en naar leveranciers (zonnepanelen, windturbines). Daarnaast worden voldoende zekerheden en condities bedongen om bij negatieve afwijkingen onder de kredietovereenkomst herstel te kunnen plegen. Bij de kredieten die we verstrekken aan duurzame energieprojecten is voor een groot deel sprake van door overheden gegarandeerde stroomprijzen zodat dalingen van de energieprijzen op de markt een beperkte invloed hebben op de inkomsten van de projecten. Over de ontwikkelingen in de portefeuille wordt gerapporteerd aan het KC.

6.5.6.2 Belangrijkste ontwikkelingen in 2015

Binnen de portefeuille zakelijke leningen, daalden de duurzame financieringen fractioneel in 2015, van € 330 miljoen naar € 327 miljoen. Gelden die vrijkwamen door aflossingen zijn uitgezet in nieuwe leningen. De duurzame financieringen bevatten een tweetal kleine leningen in achterstand. Hiervoor is een voorziening getroffen van € 0,3 miljoen.

6.5.6.3 Beheersing van de portefeuilleEDTF 7

Bij ASN Bank is een intern ontwikkeld ratingmodel in gebruik, het zogenoemde 'supervisory slotting'-model. Dit model kwantificeert het kredietrisico. De bank hanteert dit bij projectfinancieringen in de portefeuille zakelijke leningen. Er wordt een score bepaald op basis van kenmerken van de financieringsstructuur, de financiële draagkracht van het project en de betrokken partijen, de juridische omgeving van het project en de zekerheden. Deze score maakt het mogelijk de kredietkwaliteit van projecten onderling te vergelijken en de ontwikkelingen in de portefeuille te monitoren. Tevens hanteert ASN Bank een kredietklassemodel waarmee ze de kredietkwaliteit van de zakelijke klanten monitort. Dit model bepaalt de kredietrisicoscores voor alle leningen in de portefeuille zakelijke leningen. In het model zijn zakelijke financieringsnormen verwerkt voor de (gecorrigeerde) solvabiliteit, rentabiliteit en liquiditeit die blijken uit de jaarcijfers. Daarnaast worden zekerheden meegewogen. De uitkomst geeft een oordeel over de kredietwaardigheid, met een sterke nadruk op de jaarcijfers. De bank gebruikt de scores om bewegingen in de portefeuille te kunnen monitoren.

6.5.7 Vorderingen op de overheid

Bij de vorderingen op de overheid gaat het veelal om leningen verstrekt aan lagere overheden.

Vorderingen op overheid

in miljoenen euro's

2015

2014

SNS Bank

745

2.421

ASN Bank

772

837

Kredietvoorziening

--

--

Totaal vorderingen overheid

1.517

3.258

Het totaal aan vorderingen op de overheid van € 1.517 miljoen bestaat voor € 772 miljoen uit leningen van ASN Bank en voor € 745 miljoen aan uitzettingen verstrekt via SNS Bank.

SNS Bank heeft leningen verstrekt aan overheden in met name Nederland, Duitsland en België. De afname van de uitzettingen in de categorie ‘Overheid’ is met name te verklaren door twee kortlopende geldmarktuitzettingen (van € 1 miljard elk) bij de Duitse en Belgische overheid die ultimo 2014 in de boeken stonden, maar in 2015 zijn afgelost.

In 2015 heeft ASN Bank geen nieuwe leningen verstrekt.

6.5.8 Beleggingen

Van het totaal van rentedragende waarden betreft een bedrag van € 1,7 miljard SNS Bank en € 4,6 miljard ASN Bank. Hieronder is een verdeling opgenomen van de rentedragende beleggingen naar rating. Daarna zijn uitsplitsingen opgenomen van de portefeuilles van SNS Bank en ASN Bank.

Verdeling reële waarde rentedragende beleggingen (rating)

in miljoenen euro's

2015

2014

AAA

3.259

3.631

AA

2.353

1.929

A

626

1.023

BBB

112

406

< BBB

--

--

Geen rating

--

--

Totaal

6.350

6.989

Onder de single A-rating is een kortlopende belegging in Japans staatspapier begrepen van € 435 miljoen. De BBB-categorie betreft een belegging in Italiaans staatspapier.

SNS Bank

Onderstaande tabel geeft een uitsplitsing van de beleggingen bij SNS Bank.

Beleggingsportefeuille SNS Bank

in miljoenen euro's

2015

2014

Staatsobligaties

1.396

2.191

Overige (bedrijfs)obligaties

350

352

Totaal

1.746

2.543

ASN Bank

Onderstaande tabel geeft een uitsplitsing van de beleggingen bij ASN Bank.

Beleggingsportefeuille ASN Bank

in miljoenen euro's

2015

2014

Staatsobligaties

3.581

3.650

Green bonds en sustainable bonds

421

321

Overige (bedrijfs)obligaties

602

475

Totaal

4.604

4.446

Staatsobligaties ASN Bank

ASN Bank beoordeelt landen die staatsobligaties uitgeven op haar duurzaamheidscriteria. Die hebben betrekking op onder meer mensenrechten, klimaat en biodiversiteit. Omdat ASN Bank geen valutarisico wil lopen, komen alleen staatsobligaties in euro’s in aanmerking. De staatsleningen op de balans van ASN Bank hebben een relatief laag risicoprofiel. Ultimo 2015 had 64,1 procent van de leningen een AAA-rating, 29,4 procent een AA-rating en 6,5 procent een AA+-rating.

Greenbonds en sustainable bonds ASN Bank

Via ‘greenbonds’ investeert ASN Bank in vastrentende waarden op het gebied van duurzame energie, energiereductie en biodiversiteit. Deze bonds leveren een bijdrage aan het bereiken van de interne doelstelling van SNS Bank om in 2030 een volledig CO2-neutrale balans te hebben. Dat betekent dat al haar investeringen samen evenveel broeikasgassen voorkomen als uitstoten.

Overige (bedrijfs)obligaties ASN Bank

ASN Bank houdt een portefeuille overige (bedrijfs)obligaties aan met een gematigd risicoprofiel. Deze portefeuille is in 2015 met € 127 miljoen gegroeid.

6.5.9 RisicomitigeringEDTF 26EDTF 29EDTF 30

6.5.9.1 Saldering van financiële activa en passiva

De tabel hieronder geeft inzicht in de potentiële impact van salderingsregelingen en onderpand overeenkomsten op de financiële positie van SNS Bank. Hierbij is rekening gehouden met het mogelijke effect van rechten tot gesaldeerde afwikkeling gerelateerd aan op de balans opgenomen financiële activa en financiële passiva van SNS Bank.

De voor saldering in aanmerking komende bedragen uit hoofde van de International Swaps and Derivatives Association (ISDA) contracten, hebben betrekking op bepaalde derivaten ten bedrage van € 1.268 miljoen in totaal (2014: € 1.646 miljoen).

De bank heeft naast kasgeld tevens staatsobligaties als Overig financieel onderpand verstrekt op haar derivatenverplichtingen ten bedrage van € 85 miljoen (2014: € 138 miljoen).

De schulden aan banken van € 487 miljoen per eind 2014 hebben betrekking op repotransacties met staatsobligaties. Ultimo 2015 heeft SNS Bank geen uitstaande repotransacties.

Financiële activa en passiva 2015

Gerelateerde waarden niet gesaldeerd in de balanswaarde

in miljoenen euro's

Ongesaldeerde opgenomen balanswaarde

Tegengestelde opgenomen balanswaarde

Gesaldeerde balanswaarde

Financiële instrument- en

Kas onderpand

Overig financieel onderpand

Gesaldeerde waarde

Financiële activa

Derivaten

1.993

--

1.993

1.268

299

--

426

Totaal financiële activa

1.993

--

1.993

1.268

299

--

426

Financiële passiva

Derivaten

2.189

--

2.189

1.268

459

85

377

Schulden aan banken

1.000

--

1.000

--

--

--

1.000

Totaal financiële passiva

3.189

--

3.189

1.268

459

85

1.377

Financiële activa en passiva 2014

Gerelateerde waarden niet gesaldeerd in de balanswaarde

in miljoenen euro's

Ongesaldeerde opgenomen balanswaarde

Tegengestelde opgenomen balanswaarde

Gesaldeerde balanswaarde

Financiële instrument- en

Kas onderpand

Overig financieel onderpand

Gesaldeerde waarde

Financiële activa

Derivaten

2.701

--

2.701

1.646

410

--

645

Totaal financiële activa

2.701

--

2.701

1.646

410

--

645

Financiële passiva

Derivaten

3.266

--

3.266

1.646

805

138

677

Schulden aan banken

2.099

--

2.099

--

--

487

1.612

Totaal financiële passiva

5.365

--

5.365

1.646

805

625

2.289

6.5.9.2 Zekerheden

Onderstaande tabel geeft weer op welke manier exposures door zekerheden zijn gedekt per eind 2015.

Door onderpand, garanties en kredietderivaten gedekte exposure 2015

in miljoenen euro's

Exposure

Waarvan gedekt door garanties

Waarvan gedekt door kredietderivaten

Waarvan gedekt door onderpand

Gestandaardiseerde risicoklassen

Centrale overheden en centrale banken

6.149

--

--

--

Regionale of lokale overheden

1.557

--

--

--

Publiekrechtelijke lichamen

87

43

--

--

Multilaterale ontwikkelingsbanken

284

--

--

--

Internationale organisaties

15

--

--

--

Financiële instellingen

3.075

1.513

--

276

Ondernemingen

3.334

997

--

1.427

Particulieren exclusief hypotheken

809

--

--

--

Onroerend goed gedekt door hypotheken

1.147

16

--

1

Exposures in default

267

--

--

--

Covered bonds

--

--

--

--

Aandelenposities

27

--

--

--

Overige posten

260

--

--

--

Totaal gestandaardiseerde methode

17.011

2.569

--

1.704

IRB-risicoklassen

Particuliere hypotheken1

42.052

12.158

--

--

Securitisatie

619

--

--

--

Totaal IRB-methode

42.671

12.158

--

--

Totale exposure

59.682

14.727

--

1.704

  1. De hypothecaire vorderingen zijn gedekt door residentieel vastgoed. De waarde van dit onderpand is inbegrepen in de LGD-berekeningen en wordt in deze tabel niet meegenomen.

Door onderpand, garanties en kredietderivaten gedekte exposure 2014

in miljoenen euro's

Exposure

Waarvan gedekt door garanties

Waarvan gedekt door kredietderivaten

Waarvan gedekt door onderpand

Gestandaardiseerde risicoklassen

Centrale overheden en centrale banken

8.108

--

--

--

Regionale of lokale overheden

1.442

--

--

6

Publiekrechtelijke lichamen

161

--

--

--

Multilaterale ontwikkelingsbanken

232

--

--

--

Internationale organisaties

18

--

--

--

Financiële instellingen

4.909

1.463

--

1.135

Ondernemingen

2.849

861

--

1.078

Particulieren exclusief hypotheken

892

1

--

1

Onroerend goed gedekt door hypotheken

1.243

15

--

2

Exposures in default

280

--

--

--

Covered bonds

24

--

--

--

Aandelenposities

10

--

--

--

Overige posten

177

--

--

--

Totaal gestandaardiseerde methode

20.345

2.340

--

2.222

IRB-risicoklassen

Particuliere hypotheken1

40.921

11.792

--

--

Securitisatie

1.124

--

--

--

Totaal IRB-methode

42.045

11.792

--

--

Totale exposure

62.390

14.132

--

2.222

  1. De hypothecaire vorderingen zijn gedekt door residentieel vastgoed. De waarde van dit onderpand is inbegrepen in de LGD-berekeningen en wordt in deze tabel niet meegenomen.

Het onderpand bij 'Financiële instellingen' betreft met name collateral uit hoofde van derivatentransacties.

De garanties betreffen obligaties met garanties van regionale of centrale overheden. Uitzettingen onder 'Ondernemingen' zijn gedekt door garanties van de overheid voor bijvoorbeeld gezondheidszorginstellingen of woningbouwcorporaties. Van de IRB-risicoklasse 'Particuliere hypotheken' is € 12,2 miljard (2014: € 11,8 miljard) ofwel bijna 29 procent gedekt door NHG-garanties. De omvang van het bedrag aan NHG garanties is gebaseerd op de omvang van de garantie op het moment van verstrekking van de hypotheek.

We maken geen gebruik van kredietderivaten als vorm van zekerheid.

Onderstaande tabel toont de onderlinge verhoudingen van de verkregen zekerheden zoals die zijn genoemd in tabel ‘Door onderpand, garanties en kredietderivaten gedekte blootstelling’.

Concentratie zekerheden

2015

2014

Garanties

90%

86%

Onderpand:

- waarvan vastgoed

8%

7%

- waarvan financieel onderpand

2%

7%

Totaal

100%

100%

Zichtbaar is dat ‘Garanties’ een zeer groot aandeel uitmaken van de verkregen zekerheden (€ 14,7 miljard op een totaal van € 16,4 miljard ultimo 2015 oftewel 90 procent).

Het onderpand van particuliere woninghypotheken is niet in deze tabel inbegrepen.

6.5.9.3 Derivaten en onderpand management

Om het tegenpartijrisico op derivatentransacties te beperken, handhaaft SNS Bank de volgende risicomitigerende volgorde bij het aangaan van dergelijke transacties:

  • Bij derivaattransacties met financiële instellingen wordt, indien mogelijk,  gebruik gemaakt van clearing1 via een centrale tegenpartij (CTP)2. Uitzonderingen zijn type transacties die niet door de CTP worden ondersteund of zeer kortlopende transacties waarvoor de kosten van centrale clearing erg hoog zijn. Van de derivaten die daarvoor in aanmerking komen is 83 procent (gebaseerd op de nominale waarde) via een CTP gecleard.

  • Indien centrale clearing niet mogelijk is, maken we voor derivaattransacties met financiële instellingen gebruik van collateral-overeenkomsten waarbij het kredietrisico op derivaten door middel van het plaatsen en ontvangen van onderpand in de vorm van kasmiddelen en liquide effecten wordt gemitigeerd. Wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, zullen de derivaattransacties worden beëindigd en kan op basis van de collateral-overeenkomst worden beschikt over het onderpand ter grootte van de vervangingswaarde van de transacties.

  • Transacties worden afgesloten middels ISDA-gestandaardiseerde contracten met een vooraf per tegenpartij overeengekomen Credit Support Annex, waarin de afspraken over onderpanden worden geregeld.

Overige risicomitigerende maatregelen zijn:

  • SNS Bank zorgt dat derivatentransacties te allen tijde worden afgedekt met voldoende onderpand. SNS Bank toetst dagelijks of de marktwaardeontwikkeling van de posities met onderpandafspraken zich verhoudt tot het ontvangen onderpand dan wel te leveren onderpand;

  • Valutatermijntransacties worden afgewikkeld via het Continuous Linked Settlement-systeem. Dit is een wereldwijd opererend afwikkelingssysteem dat het settlementrisico beperkt door pay versus payment-betaling en het verrekenen van nettobedragen;

  • SNS Bank volgt de marktsituatie continu om te toetsen of de beschikbare activa nog voldoen aan de eisen om als onderpand te dienen voor belening en bij de diverse transacties (bijvoorbeeld repotransacties);

  • Een valuationfunctie toetst of de marktwaarde van het onderpand die wordt gehanteerd, aannemelijk is.

Om tegenpartijrisico af te dekken, is het verstrekken van kasgeld en staatsobligaties als onderpand bij derivatentransacties de industriestandaard. De volgende soorten activa zijn algemeen geaccepteerd als onderpand: kasmiddelen en staatsobligaties van kredietwaardige overheden.

SLUITENDOWNLOAD SELECTIE

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE (0)