Risicobeheer, kapitaal- en liquiditeits­­management

6.6 MarktrisicoEDTF 2EDTF 3

Het marktrisico is het risico dat het vermogen, het resultaat of de continuïteit van SNS Bank worden bedreigd door bewegingen in marktprijzen (rentetarieven, kredietopslagen, koersen van aandelen en vreemde valuta). Het marktrisico ontstaat doordat SNS Bank contracten afsluit en verplichtingen aangaat met klanten en professionele tegenpartijen. We gaan deze contracten en verplichtingen aan ten behoeve van de dienstverlening aan klanten, alsmede ten behoeve van het aantrekken van financiering, het uitzetten van gelden en overige transacties als onderdeel van balanssturing. Marktrisico treedt op in het handelsboek en in het bankboek.

6.6.1 RisicoprofielEDTF 24

Voor marktrisico in het bankboek streven we naar een gematigd risicoprofiel. Het marktrisico in het bankboek bestaat voornamelijk uit renterisico. Het aandelenrisico in het bankboek is zeer beperkt met een aandelenpositie van € 26 miljoen, en het vreemde-valutarisico is geminimaliseerd doordat dit risico op dagbasis wordt overgebracht van het bankboek naar het handelsboek. In het handelsboek, dat beperkt is van omvang, worden vreemde-valutaposities integraal bewaakt en bijgestuurd binnen de kaders van de Value-at-Risk limieten.

Belangrijkste ontwikkelingen in 2015

In 2015 is de marktrente op een zeer laag niveau gebleven. Daardoor zijn relatief veel hypotheken vervroegd afgelost of omgezet naar een langere rentevaste looptijd. Het omzetten van hypotheken naar een langere looptijd zorgt voor een toename van het renterisico. Gedurende 2015 heeft SNS Bank de toename van het renterisico gemitigeerd door bij te sturen met renteswaps. Hypotheken met een lange rentevaste looptijd brengen relatief meer risico met zich mee dan korter lopende hypotheken. Daarom heeft SNS Bank een risicobereidheid bepaald ten aanzien van hypotheken met een rentevaste looptijd langer dan 12 jaar. In het verlengde daarvan zijn in 2015 obligatie posities met een looptijd langer dan 15 jaar teruggebracht.

6.6.2 Management renterisicoEDTF 7EDTF 25

Renterisico bankboek

Het doel van renterisicomanagement is het beschermen en optimaliseren van de economische waarde van de huidige en toekomstige rentekasstromen en het realiseren van een stabiel renteresultaat. Daarbij wordt een optimale rentepositie ingenomen rekening houdend met portfolio-en economische verwachtingen waarbij steeds wordt gekeken of deze positie past bij het risicoprofiel dat de bank nastreeft.

De belangrijkste maatstaven waarop we de rentepositie en het renterisico van het bankboek sturen zijn 'Economic value of Equity' (EVE) en het renteresultaat (Earnings). De sturing van het renterisico vindt plaats op het totaal van rentedragende activa en passiva inclusief rentederivaten die worden gebruikt voor bijsturing van de rentepositie.

Als sturingsmaatstaven voor de EVE hanteren we ‘duration van het eigen vermogen’, ‘key rate durations’ en het ‘outlier criterium’. De belangrijkste maatstaf voor de gevoeligheid van de economische waarde is de duration van het eigen vermogen. Die meet de procentuele daling van de economische waarde van het eigen vermogen bij een parallelle rentestijging van 100 basispunten (1 procent). De bandbreedte voor de duration van het eigen vermogen is in 2015 bepaald op 0 tot 6. Voor de duration sturing binnen de limieten stelt het ALCO maandelijks een tactische bandbreedte vast op basis van het beoogde risicoprofiel en marktverwachtingen.

De EVE sturen we ook op basis van key rate durations, die de rentegevoeligheid per looptijd weergeven. Hiermee maken we de gevoeligheid voor niet-parallelle bewegingen van de rentecurve inzichtelijk. De key rate durations worden gebruikt voor het bepalen van de looptijden in het geval de rentegevoeligheid wordt bijgestuurd.

Een andere belangrijke sturingsmaatstaf voor EVE is het outlier criterium. Deze maatstaf, voorgeschreven door DNB, rapporteren we op kwartaalbasis aan DNB. Het outlier criterium betreft het maximale verlies in economische waarde uitgedrukt als percentage van het toetsingsvermogen bij een parallelle rentestijging of -daling van 200 basispunten (2 procent). Voor het outlier-criterium geldt een limiet van 20 procent.

De 'Earnings at Risk' (EaR) is de belangrijkste sturingsmaatstaf voor het meten van de gevoeligheid van het renteresultaat. De EaR meet het maximale verlies in het renteresultaat binnen een jaar bij bepaalde rentescenario’s (directe, geleidelijke en inverse rentebewegingen), rekening houdend met de verwachte balansontwikkeling in de komende twaalf maanden. In de EaR-meting houden we rekening met de mate waarin klanttarieven van direct opvraagbaar spaargeld meebewegen met de marktrente en de daaruit resulterende margeverkrapping. De mate van margeverkrapping is afhankelijk van het rentescenario.

De maatstaven voor het renterisico worden maandelijks aan het ALCO gerapporteerd. Bij de vaststelling en het beheer van het renterisico houden we onder andere rekening met toekomstige vervroegde aflossingen op hypotheekleningen, vervroegde herzieningen van de hypotheektarieven, de gedragstypische aspecten van direct opvraagbaar spaargeld, embedded opties, alsmede de renteomgeving en de verwachte ontwikkeling van de renteomgeving.

Renterisico handelsboekEDTF 8

Het renterisico in het handelsboek wordt dagelijks gemeten met behulp van 'Value at Risk' (VaR) en stresstesting. Deze worden gebruikt voor interne monitoring en limitering. Zowel voor de VaR als de stresstest wordt één dag vooruit gekeken (1-daags horizon). Het gehanteerde betrouwbaarheidsinterval is 99 procent.

De VaR-methodologie is gebaseerd op Monte Carlo-simulaties, waarbij de onderliggende kansverdelingen zijn gebaseerd op historische data. De VaR-modellen houden rekening met rente, credit spreads, valutarisico en aandelenkoersrisico in de Monte Carlo-simulaties. Voor de stresstesting wordt gebruikt gemaakt van vijftien stress-scenario’s.

6.6.3 Marktrisicoprofiel in cijfersEDTF 22EDTF 23EDTF 24

6.6.3.1 Marktrisico exposure handels- en niet-handelsrisico

Onderstaand overzicht toont de balans van SNS Bank gesplitst naar de risico’s die betrekking hebben op het bankboek en de handelsportefeuille.

Marktrisico blootstelling verhandelde en niet-verhandelde risico's

Boekwaarde

Marktrisicomaatstaven

Boekwaarde

Marktrisicomaatstaven

Primaire risico-gevoeligheid

in miljoenen euro's

Niet-verhandeld risico

Verhandeld risico

Niet-verhandeld risico

Verhandeld risico

2015

2015

2015

2014

2014

2014

Activa onderhevig aan marktrisico

Beleggingen: handelsdoeleinden

668

--

668

817

1

816

rente, wisselkoers, credit spread

Beleggingen: voor verkoop beschikbaar

5.708

5.708

--

6.184

6.184

--

rente, credit spread

Derivaten

1.993

1.797

196

2.702

2.524

178

rente, wisselkoers, credit spread

Vorderingen op klanten

49.217

49.217

--

52.834

52.834

--

rente

Vorderingen op banken

2.081

2.081

--

2.604

2.604

--

rente

Kas en kasequivalenten

2.259

2.259

--

1.968

1.968

--

rente

Activa aangehouden voor verkoop

110

16

94

149

24

125

rente, wisselkoers, rentecurve

Overig

654

654

--

901

901

--

Totale activa

62.690

61.732

958

68.159

67.040

1.119

Passiva onderhevig aan marktrisico

Achtergestelde schulden

493

493

--

40

40

--

rente

Schuldbewijzen

6.941

6.941

--

11.252

11.252

--

rente, wisselkoers

Derivaten

2.189

1.984

205

3.266

3.082

184

rente, wisselkoers, credit spread

Spaargelden

36.860

36.860

--

35.666

35.666

--

rente

Overige schulden aan klanten

10.580

10.580

--

10.542

10.542

--

rente

Schulden aan banken

1.000

1.000

--

2.099

2.099

--

rente

Overig

4.627

4.627

--

5.294

5.294

--

Totale passiva

62.690

62.485

205

68.159

67.975

184

Het overzicht toont aan dat SNS Bank gezien haar activiteiten vooral gevoelig is voor het renterisico in het bankboek. De posities in de handelsportefeuille zijn beperkt van omvang.

6.6.3.2 Marktrisicoprofiel bankboek

Renterisico

Specificatie renterisico

2015

2014

limiet

Duration eigen vermogen

1,8

3,2

0 tot 6

Earnings at Risk (mln)

€ 26

€ 30

€ 45

Outlier criterium

7,8%

13,4%

20%

De voornaamste maatstaven voor renterisico zijn hierboven weergegeven. Vanwege de lage en vlakke rentecurve en het risico op een rentestijging is besloten de duration van het eigen vermogen laag te houden op 1,8 ultimo 2015  (ultimo 2014: 3,2). Veel klanten hebben in 2015 voor een langere rentevaste looptijd gekozen. Dit duration verlengende effect hebben we gedurende het jaar actief teruggestuurd met behulp van rentederivaten.

Ontwikkeling duration eigen vermogen

Ultimo 2015 is de EaR € 26 miljoen (ultimo 2014 € 30 miljoen). Het renteresultaat is het meest gevoelig voor het ‘butterfly down’ scenario. In dit scenario blijft de 12-maands punt op de rentecurve gelijk. Zowel de rentepunten korter dan 12 maanden als de rentepunten langer dan 12 maanden dalen geleidelijk met maximaal -200 basispunten. In de figuur hieronder is grafisch weergegeven welke renteschok in dit scenario per looptijd op de rentecurve wordt toegepast. De gevoeligheid voor dit scenario wordt met name veroorzaakt door het effect van de daling van de korte rente op de liquide middelen en de variabele hypotheekportefeuille.

Butterfly down scenario

Het outlier criterium beschrijft de verandering van de economische waarde van het eigen vermogen na een parallelle verschuiving van de rentecurve met 200 basispunten. De outlier is in 2015 gedaald als gevolg van een afgenomen rentepositie en als gevolg van het hogere toetsingsvermogen. Het toetsingsvermogen is vooral gestegen door winstbijschrijving en door de uitgifte van achtergesteld Tier 2-papier. Ultimo 2015 bedroeg de outlier 7,8 procent (ultimo 2014: 13,4 procent), wat ruim binnen de toezichtshouderslimiet van 20 procent is.

Gevoeligheidsanalyses illustreren het renterisico van de bankactiviteiten. Hieronder wordt het effect gemeten van een directe parallelle verschuiving van de rentecurve met +100 of -100 basispunten op de reële waarde van het eigen vermogen, het renteresultaat en het IFRS eigen vermogen.

In de kolom ‘Reële waarde eigen vermogen’ staat de gevoeligheid van de waarde van het eigen vermogen inclusief embedded opties. In de kolom ‘Renteresultaat’ staat de gevoeligheid van het renteresultaat voor rentebewegingen weergegeven voor de eerste 12 maanden. In de kolom ‘IFRS eigen vermogen’ komt tot uitdrukking wat de gevoeligheid is voor een parallelle rentestijging of -daling met 100 basispunten vanuit de 'Beschikbaar voor verkoop' beleggingsportefeuille en de derivaten onder cashflow hedging omdat het effect voor deze beide op reële waarde gewaardeerde posten rechtstreeks zichtbaar is in het eigen vermogen. De uitkomsten zijn na belasting met uitzondering van de rentegevoeligheid van de reële waarde van het eigen vermogen. Deze bedragen zijn voor belasting.

Gevoeligheid rente

Reële waarde eigen vermogen

Renteresultaat

IFRS eigen vermogen

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

2015

2014

Rente + 1%

5

-54

4

-14

-106

-242

Rente - 1%

101

63

-25

-13

113

169

Bij een rentestijging ontstaat er een klein positief effect van € 5 miljoen op de reële waarde van het eigen vermogen. Een rentedaling heeft een positief effect van € 101 miljoen op de reële waarde van het eigen vermogen. Alhoewel dagelijks opvraagbaar spaargeld bij een rentedaling een negatief effect op de reële waarde van het eigen vermogen toont, wordt dit beperkt als gevolg van de veronderstelling dat klantrentes niet negatief zullen worden.

Bij een rentestijging ontstaat er ultimo 2015 een beperkt positief effect op het renteresultaat van € 4 miljoen. Het positieve effect vanuit de liquiditeitspositie wordt grotendeels ongedaan gemaakt door het geleidelijk doorprijzen van deze rentestijging in de klanttarieven van direct opvraagbaar spaargeld. Het negatieve effect bij een rentedaling van € 25 miljoen ontstaat voornamelijk uit dezelfde liquiditeitspositie. De negatieve impact voor een rentedaling wordt echter beperkt door een rente-afkap op het niveau van minus 0,25 procent.

De rentegevoeligheid van het IFRS eigen vermogen vanuit de 'Beschikbaar voor verkoop' beleggingsportefeuille en de cashflow hedge reserve is ultimo 2015 gedaald ten opzichte van ultimo 2014 door het afbouwen van de portefeuille staatsobligaties met een looptijd langer dan 15 jaar en door het unwinden van cashflow hedge derivaten.

6.6.3.3 Marktrisicoprofiel handelsboek

In onderstaande tabel staan de limieten van het handelsboek. Deze interne limieten worden dagelijks vergeleken met de gemeten VaR en stress.

Marktrisico handelsportefeuille

Value at Risk
(99% op dagbasis)

Stresstest

in miljoenen euro's

2015

2014

2015

2014

Limiet

SNS Financial Markets

2,2

2,2

6,7

6,7

SNS Securities

1,0

1,0

3,0

3,0

Totaal

3,2

3,2

9,7

9,7

De totale VaR-limiet van het handelsboek bedroeg zowel eind 2015 als 2014 € 3,2 miljoen.

Voor SNS Securities1 wordt het spreadrisico ook onder een VaR-limiet gemeten en ingeperkt.  

SLUITENDOWNLOAD SELECTIE

Stel uw jaarverslag zelf samen

SELECTIE (0)